Brandcompartimentering voorkomt dat een brand zich in hoog tempo door een gebouw verspreidt. De geschiedenis kent grote branden waarbij hele stadsdelen zijn weggevaagd; de regels die we vandaag kennen zijn daar een direct antwoord op. Als eigenaar of gebruiker van een gebouw bent u wettelijk verplicht de brandcompartimentering op orde te hebben. Breidt een brand zich uit door gebrekkige compartimentering — met mogelijk slachtoffers — dan kan dat leiden tot strafrechtelijke vervolging. Ook een verzekeraar kan zich terugtrekken als achteraf blijkt dat niet aan de eisen is voldaan, met alle financiële gevolgen van dien.
De regelgeving is confectie: toegespitst op de grootste gemene deler. In veel gevallen past dat prima, en ondersteunen wij met de standaardoplossingen uit het Bbl. Maar gebouwen die afwijken door omvang, functie of vorm vragen om maatwerk — en ook daar helpen wij graag, bijvoorbeeld met een gelijkwaardige oplossing.
Wat is een brandcompartiment?
Een brandcompartiment is een deel van een gebouw dat is bedoeld om een brand gedurende een bepaalde tijd binnen dat deel te houden. De begrenzing bestaat uit brandscheidingen: wanden, vloeren en daken die voldoende weerstand bieden tegen branddoorslag (brand die dwars door de constructie heen gaat) en brandoverslag (brand die via de buitenlucht overslaat naar een ander deel). Samen heet dat de WBDBO: de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag.
Het doel is drieledig. Eén: mensen moeten veilig kunnen vluchten. Twee: de brandweer moet redelijkerwijs kunnen optreden. En drie: de brand mag niet overslaan naar de buren.
Een brandscheiding is trouwens nooit alleen een wand. In de praktijk is de wand meestal het minste probleem — het gaat mis bij wat er dóórheen gaat. Zie verderop bij brandcompartimentering aanpassen of herstellen. Voor de weerstand tegen brandoverslag tussen gebouwen leest u meer over onze brandoverslagberekening en WBDBO-advies.
Eisen aan brandcompartimentering in het Bbl
De eisen staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), dat sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet het Bouwbesluit 2012 heeft vervangen. Het Bbl kent gescheiden eisenpakketten voor nieuwbouw, bestaande bouw, verbouw en gebruik.
De hoofdregel: elk gebouw is verdeeld in brandcompartimenten, en tussen twee brandcompartimenten geldt een WBDBO van 60 minuten. In een aantal gevallen mag die waarde worden gereduceerd naar 30 minuten — bijvoorbeeld wanneer het gebouw niet te hoog is of is opgebouwd uit onbrandbare materialen. Voor bestaande bouw geldt een minimum van 20 minuten.
De maximale omvang van een brandcompartiment verschilt per gebruiksfunctie:
| Gebruiksfunctie | Nieuwbouw | Bestaande bouw |
|---|---|---|
| Woonfunctie | 1.000 m² | 2.000 m² |
| Bijeenkomstfunctie | 1.000 m² | 2.000 m² |
| Gezondheidszorgfunctie | 1.000 m² | 2.000 m² |
| Kantoorfunctie | 1.000 m² | 2.000 m² |
| Winkelfunctie | 1.000 m² | 2.000 m² |
| Celfunctie | 1.000 m² | 2.000 m² |
| Onderwijsfunctie | 1.000 m² | 3.000 m² |
| Sportfunctie | 1.000 m² | 3.000 m² |
| Overige gebruiksfunctie | 1.000 m² | 3.000 m² |
| Industriefunctie | 2.500 m² | 3.000 m² |
| Logiesfunctie | 500 m² | 1.000 m² |
Wordt die grens overschreden, dan is een gelijkwaardige oplossing nodig — zie grote brandcompartimenten hieronder.
Bestaande bouw versus nieuwbouw
Dit is de vraag die wij het vaakst krijgen: “Mijn pand is uit 1985. Moet dat nu voldoen aan de nieuwbouweisen?”
Nee. Voor bestaande bouw gelden de lagere eisen voor bestaande bouw uit het Bbl. Bij verbouw is het vertrekpunt het rechtens verkregen niveau: het brandveiligheidsniveau dat volgt uit de oorspronkelijk verleende vergunning en de latere legale wijzigingen. Dat niveau ligt per definitie bóven het niveau bestaande bouw, en mag ónder het nieuwbouwniveau liggen. De eisen gelden bovendien alleen voor de delen die daadwerkelijk worden gewijzigd — niet voor het hele pand.
Maar er zit een adder onder het gras. Zodra u de gebruiksfunctie wijzigt, kan het hele eisenpakket kantelen. Wie in een oud kantoorpand een zorgfunctie of logiesfunctie onderbrengt, komt in een compleet ander regime terecht. Vaak is dan ook een gebruiksmelding aan de orde.
E, I en W — de brandwerendheidscriteria
“60 minuten WBDBO” is een eis aan de scheiding als geheel. Wat de aannemer uiteindelijk inkoopt, is een product met een classificatie. Die classificatie bestaat uit letters met een tijd erachter, en die letters staan voor de prestatiecriteria waarop het bouwdeel is beproefd:
- R — draagvermogen. De constructie blijft haar last dragen. Alleen van toepassing op dragende delen.
- E — vlamdichtheid. De constructie blijft dicht: er komen geen vlammen of hete gassen doorheen. Dit is het basiscriterium — zonder E heeft de rest geen betekenis.
- I — thermische isolatie. De temperatuur aan de van de brand afgekeerde zijde blijft beperkt, zodat de scheiding zelf niet als ontstekingsbron gaat werken.
- W — beperking van de warmtestraling. De constructie mag warm worden, maar de uitgestraalde warmte blijft onder een grenswaarde.
Het getal erachter is de tijd in minuten. Een scheiding met de classificatie EI 60 is dus 60 minuten vlamdicht én thermisch isolerend. Een REI 90 is daarnaast 90 minuten dragend.
In Nederland worden deze criteria bepaald volgens NEN 6069. Die norm sluit aan op de Europese classificatienorm NEN-EN 13501-2 en de onderliggende beproevingsnormen. Let op het verschil met NEN-EN 13501-1: die gaat over de brandklasse van materialen (A1 tot en met F) — het brandgedrag, niet de brandwerendheid. Twee verschillende vragen, twee verschillende normen, en in bestekken worden ze regelmatig door elkaar gehaald.
Wanneer EI en wanneer EW?
Dit is waar het in de praktijk interessant wordt. Voor een brandcompartimentsscheiding is EI het uitgangspunt. Maar in bepaalde situaties mag met EW worden gerekend: vlamdicht plus een beperking van de straling, zónder de volledige isolatie-eis.
Dat scheelt in de praktijk veel geld — met name bij glasvlakken. EI-glas is fors duurder en zwaarder dan EW-glas. Of het mag, hangt af van de stralingsbelasting op de ontvangende constructie en de afstand daartussen. Het is precies het soort afweging waar een rekenmodel meerwaarde heeft boven een vuistregel.
De classificatie is niet het gebouw
Eén ding dat structureel misgaat: een product dat in de testopstelling EI 60 scoort, levert die 60 minuten alleen als het óók zo wordt ingebouwd als het is beproefd. Het juiste kozijn, de juiste afdichting, de juiste aansluitdetails, de juiste bevestiging. Een EI 60-deur in een verkeerd gemonteerd kozijn is geen EI 60-deur. Wij zien vaker een productcertificaat in de map dan een correct uitgevoerd aansluitdetail op de bouw.
Subbrandcompartimenten en beschermde subbrandcompartimenten
Binnen een brandcompartiment wordt verder onderverdeeld in subbrandcompartimenten. De oude term rookcompartiment wordt nog veel gebruikt, maar is niet meer de formele term.
Waar het brandcompartiment gaat over het beheersen van de brand, gaat het subbrandcompartiment over vluchten: hoe lang mag iemand erover doen om vanuit de plek van de brand een veilige plek te bereiken? Daarbij spelen loopafstanden en de opbouw van de vluchtroute de hoofdrol.
Voor gebouwen met slapende of verminderd zelfredzame personen — zorg, logies, cellen — bestaat het beschermd subbrandcompartiment, met zwaardere eisen.
In onze advisering wegen we mee:
- ontvluchting en loopafstanden
- vereiste installaties (BMI, ontruimingsalarm, sprinkler, RWA)
- eisen aan de (hoofd)draagconstructie
- eisen aan materialisering en brandklassen
- repressieve voorzieningen en bereikbaarheid voor de brandweer
- de organisatorische kant: ontruimingsplan en BHV
Grote brandcompartimenten — NEN 6060 en NEN 6079
Bij bedrijfshallen, distributiecentra, productielocaties en sporthallen loopt u vrijwel altijd tegen de maximale compartimentsgrootte aan. Het gebouw in stukken hakken is dan zelden werkbaar: u wilt geen brandmuur dwars door uw productielijn.
De uitweg is een gelijkwaardige oplossing, onderbouwd met:
- NEN 6060 — de deterministische route: vuurbelasting, opslaghoogte, blusinstallaties en de afstand tot de perceelgrens bepalen wat mogelijk is.
- NEN 6079 — de risicobenadering: een gestandaardiseerde rekenwijze waarmee de betrouwbaarheid bij brand wordt getoetst. Aantoonbaar onderbouwen dát het veilig genoeg is, in plaats van een tabelwaarde afvinken.
Beide normen passen wij regelmatig toe. Welke route de beste is, hangt af van het pand, de opslag en wat de verzekeraar wil zien — dat is niet altijd hetzelfde als wat het bevoegd gezag wil zien. Lees meer over brandveiligheid van grote brandcompartimenten.
Brandcompartimentering aanpassen of herstellen
Het merendeel van onze inspecties draait niet om een ontbrekende wand. Het draait om wat er dóór de wand heen is gegaan nadat het gebouw is opgeleverd.
De klassiekers die wij aantreffen:
- Verbouwingen waarbij de compartimentering simpelweg niet is meegenomen. Er wordt een wand doorgebroken voor een nieuwe doorgang, en niemand heeft zich afgevraagd of die wand een brandscheiding was.
- Doorvoeringen zonder brandwerende afdichting. Kabelgoten, leidingen, koelleidingen — de installateur is na de oplevering nog drie keer teruggeweest en elke keer komt er een doorvoering bij.
- Brandkleppen die ontbreken, verkeerd zijn geplaatst of nooit onderhouden zijn. Een brandklep die vastgeschroefd is, is geen brandklep.
- Brandwerend glas dat het niet is, of wel brandwerend maar verkeerd ingebouwd — de beglazing is maar zo goed als het kozijn en de montage eromheen.
- Schachten die aan de bovenkant openstaan. Een schacht die over vijf verdiepingen loopt en niet is afgedicht, is een schoorsteen.
Wij brengen dit in kaart, koppelen elke bevinding aan het onderliggende voorschrift en geven concreet aan wat er hersteld moet worden — en wat níet, want niet elke afwijking is een tekortkoming. Zie ook onze brandveiligheidsinspectie en het artikel over brandkleppen correct plaatsen.
Wat wij voor u doen
- Bouwplantoetsing — beoordeling van de compartimentering in het ontwerp, vóór de vergunningaanvraag
- Brandveiligheidsplan — tekening met alle scheidingen, eisen aan ontvluchting, WBDBO-waarden en criteria
- Brandoverslagberekening (WBDBO) — naar de perceelgrens en tussen gebouwdelen
- NEN 6060 / NEN 6079-berekening voor grote brandcompartimenten
- Gelijkwaardigheid en Fire Safety Engineering wanneer de prestatie-eis niet haalbaar is
- Inspectie en hersteladvies bij bestaande panden
Veelgestelde vragen over brandcompartimentering
Wat is een brandcompartiment?
Een brandcompartiment is een afgebakend deel van een gebouw dat is bedoeld om een brand gedurende een bepaalde tijd binnen dat deel te houden, zodat mensen veilig kunnen vluchten en de brand niet overslaat naar andere delen of naar de buren. De begrenzing wordt gevormd door brandscheidingen met een voorgeschreven weerstand tegen branddoorslag, of door een veilige afstand.
Hoe groot mag een brandcompartiment zijn?
Voor de meeste gebruiksfuncties geldt bij nieuwbouw een maximum van 1.000 m²; voor de industriefunctie 2.500 m² en voor de logiesfunctie 500 m². Bij bestaande bouw liggen die waarden hoger. Is het compartiment groter, dan moet met een gelijkwaardige oplossing worden aangetoond dat het veiligheidsniveau alsnog wordt gehaald — bijvoorbeeld via NEN 6060 of NEN 6079.
Wat betekent EI 60?
EI 60 betekent dat een constructie 60 minuten lang vlamdicht blijft (E) én thermisch isolerend (I). Bij een dragende constructie komt daar R voor draagvermogen bij: REI 60. In bepaalde situaties mag in plaats van EI met EW worden gerekend, waarbij de warmtestraling wordt beperkt in plaats van volledig geïsoleerd.
Wat is het verschil tussen een brandcompartiment en een subbrandcompartiment?
Het brandcompartiment is gericht op het beheersen van de brand; het subbrandcompartiment is gericht op veilig vluchten en kijkt vooral naar loopafstanden. Een subbrandcompartiment werd vroeger een rookcompartiment genoemd.
Moet mijn bestaande pand voldoen aan de nieuwbouweisen?
Nee. Voor bestaande bouw gelden de eisen voor bestaande bouw uit het Bbl. Bij verbouw of functiewijziging ligt dat op het rechtens verkregen niveau, waarbij de eisen alleen gelden voor de delen die daadwerkelijk zijn gewijzigd.
Wat kost een advies voor brandcompartimentering?
Dat hangt af van de omvang en complexiteit van het gebouw. Voor een school, hotel of woongebouw is dit mogelijk vanaf € 750,-, afhankelijk van het aantal bouwlagen, het aantal schachten en de omvang van het gebouw.
Brandcompartimentering laten beoordelen?
Wij toetsen uw ontwerp of bestaande pand aan het Bbl en vertellen u eerlijk wat er wel en niet moet. Onafhankelijk — wij hebben geen banden met installateurs of aannemers.
Neem contact op of bel 0598 395979.