Hoe verklein je het risico op brandoverslag?

Bij brandoverslag breidt een brand in een gebouw zich uit via de buitenlucht. Van het ene brandcompartiment naar het andere brandcompartiment op hetzelfde perceel. Of spiegelsymmetrisch naar een identiek brandcompartiment op een buurperceel. Door te modelleren berekenen we of er sprake is van brandoverslag. Is dat het geval? Dan zul je als gebouweigenaar brandwerende maatregelen moeten treffen.

Zorgplicht onder de Omgevingswet en het Bbl

Op grond van de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) ben je als eigenaar van een gebouw verplicht de nodige zorg te dragen om gevaar voor de gezondheid of veiligheid te voorkomen. Deze specifieke zorgplicht is vastgelegd in artikel 3.5 Bbl. Gebouwen moeten dan ook voldoen aan de technische voorschriften van het Bbl. Ook brandveiligheid valt onder die zorgplicht. Dat betekent dat je als gebouweigenaar (maar ook als bouwer) ervoor moet zorgen dat uitbreiding van brand zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Wat is brandoverslag?

Een van de oorzaken dat een brand zich kan uitbreiden buiten de ruimte waar deze ontstaat, is brandoverslag. Een brand breidt zich in dit geval uit via de buitenlucht, van het ene brandcompartiment naar een ander brandcompartiment. In een appartementengebouw kan brand via de gevelopeningen overslaan naar de bovenliggende verdieping(en). Maar ook bij vrijstaande brandcompartimenten kan brandoverslag plaatsvinden naar een gebouw op het perceel ernaast. Het risico op brandoverslag via de buitenlucht bij rijtjeswoningen is klein: brand breidt zich niet 180 graden horizontaal uit, maar diagonaal of verticaal.

Brandoverslag berekening
Brandoverslag berekening

 

Gevelopeningen

Het risico op brandoverslag wordt vooral bepaald door de totale oppervlakte van het brandcompartiment. Daarbij zijn het aantal en de grootte van de gevelopeningen en hun onderlinge afstand doorslaggevend. Bij grote brandcompartimenten met één gevelopening is de vlamintensiteit hoger, waardoor brandoverslag sneller plaatsvindt. Een mogelijke oplossing is het compartiment te voorzien van extra gevelopeningen, waardoor de vlamintensiteit verdeeld wordt. Ook de hoogte van de borstwering van het bovenliggende brandcompartiment is van invloed: hoe lager deze is, hoe groter het risico op overslag. Om brandoverslag via de gevelopeningen te voorkomen kan één- of tweezijdig brandwerend glas worden toegepast.

Modelleren

Het risico op brandoverslag bepalen we door te modelleren. De buitenste oppervlaktematen van het brandcompartiment plaatsen we in een computermodel, waarbij we de gevelopeningen (ramen inclusief kozijnen) ‘open’ modelleren. Op cruciale punten plaatsen we zogeheten observatieposities die de stralingswarmte van uitslaande vlammen meten. De vlammen van de virtuele brand die we vervolgens laten ontstaan, zullen via de gevelsparingen uitslaan. Zodra de observatieposities een uitslag geven van meer dan 15 kW/m², is in een werkelijke situatie de kans op brandoverslag aanwezig. Met deze gegevens bepalen we welke maatregelen nodig zijn om risico’s te beperken.

Een kanttekening bij dit scenario: we toetsen in dit voorbeeld alleen het risico van brandoverslag via de gevelopeningen naar het andere brandcompartiment. Dit geldt echter alleen als de gebruikte bouwmaterialen, bijvoorbeeld gevelbekleding, voldoen aan brandklasse B zoals gesteld in het Bbl. Waar dat niet het geval is – denk aan houten gevelbekleding – zal het model moeten worden aangepast.

Spiegelsymmetrie

Brandoverslag kan ook optreden tussen twee gebouwen op verschillende percelen. Ook dat risico is via modellering te berekenen. Let wel: volgens de wet is niet alleen de werkelijke afstand tussen de twee panden bepalend voor het brandoverslagrisico. Artikel 4.54, tweede lid, van het Bbl schrijft voor dat bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) naar een aangrenzend perceel wordt uitgegaan van een identiek, maar spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelsgrens gelegen gebouw – ongeacht of daar daadwerkelijk een gebouw staat. Grenst het perceel aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, of aan een perceel dat niet voor bebouwing is bestemd, dan vindt de spiegeling plaats ten opzichte van het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel. De WBDBO wordt bepaald volgens NEN 6068:2020+A1:2024.

Nieuw sinds het Bbl: de 50%-regel. Artikel 4.54, derde lid, Bbl bepaalt dat bij nieuwbouw het aandeel van het fictieve spiegelsymmetrische gebouw in de WBDBO niet groter mag zijn dan het aandeel van het eigen brandcompartiment. De benodigde brandwerendheid mag dus niet langer volledig bij de fictieve buurgevel worden neergelegd: ten minste de helft moet ‘op eigen terrein’, van binnen naar buiten, worden gerealiseerd. Dit heeft gevolgen voor de brandwerendheid op bezwijken van de draagconstructies van de gevel. 

Variabele eisen

Als basiseis stelt het Bbl bij nieuwbouw een WBDBO van 60 of 30 minuten; voor bestaande bouw geldt 20 minuten. Daarbij zijn de eisen strenger bij direct vlamcontact (EI-criteria) en minder streng als de afstand groter is (EW- en E-criteria). Ook de hoogte van gebouwen speelt een rol in de berekeningen. Bij gebouwen waarvan de hoogste vloer van het gebruiksgebied onder de twintig meter ligt, mag onder voorwaarden reductie worden toegepast. Die reductie heeft betrekking op de zogeheten repressieve inzet: bij lagere gebouwen is de kans op succesvolle brandbestrijding en hulpverlening door de brandweer groter dan bij een hoger gebouw. Daarnaast maakt het verschil of het gaat om nieuwbouw (hoofdstuk 4 Bbl) of bestaande bouw (hoofdstuk 3 Bbl); hiervoor gelden verschillende eisen ten aanzien van ontvluchtingstijd en brandoverslag.

Laat een brandoverslagberekening maken

Als brandveiligheidsadviseur kijken wij bij het opstellen van een brandveiligheidsplan vanuit onze ervaring naar het risico op brandoverslag. De gebouweigenaar blijft verantwoordelijk voor de brandveiligheid van zijn of haar pand en kan een brandoverslagberekening en WBDBO-advies laten maken. We raden bij nieuw- of verbouw aan dit in een vroeg stadium te doen, liefst zodra het gebouwontwerp gereed is. Zo voorkom je extra kosten als blijkt dat aanpassingen nodig zijn terwijl de (ver)bouw al – deels – gerealiseerd is.

Iedereen heeft het recht om brandveilig te zijn! Wilt u weten hoe het staat met de brandveiligheid van úw gebouw? Bel dan 0598-395979 of stuur een e-mail naar j.holthuis@munnikbrandadvies.nl.