Na een verbouwing is de brandcompartimentering van een gebouw vaak ongemerkt aangetast: nieuwe leidingen en kabels door brandwanden, verlaagde plafonds die een scheiding onderbreken, een doorgang zonder brandwerende deur. Herstellen begint met een inventarisatie van de werkelijke situatie, daarna bepaalt u welk niveau geldt (meestal het rechtens verkregen niveau, niet nieuwbouw) en herstelt u gericht wat nodig is. In dit artikel: waar het misgaat, hoe u dat vaststelt en welke stappen tot een aantoonbaar herstelde compartimentering leiden.
Waar gaat het mis na een verbouwing?
De brandscheidingen zelf blijven meestal staan; het zijn de aanpassingen eromheen die de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) onderuithalen. De situaties die wij in de praktijk het vaakst tegenkomen:
- Doorvoeringen. Nieuwe leidingen, kabelgoten en kanalen worden door een brandwand of brandwerende vloer gevoerd en niet, of met het verkeerde materiaal, brandwerend afgedicht. Een open sparing van enkele centimeters is genoeg om de scheiding zijn waarde te laten verliezen.
- Verlaagde plafonds en nieuwe wanden. Een nieuwe scheidingswand stopt op het verlaagde plafond in plaats van op de bovenliggende vloer of het dak, zodat brand en rook er via de plafondruimte omheen kunnen.
- Deuren en doorgangen. Er wordt een doorgang gemaakt in een brandscheiding zonder brandwerende, zelfsluitende deur, of een bestaande brandwerende deur wordt vervangen door een gewone deur of permanent opengezet.
- Kanalen en brandkleppen. Ventilatiekanalen kruisen een scheiding zonder brandklep, of bestaande brandkleppen zijn niet meer bereikbaar voor onderhoud. Lees ook wat de eisen aan brandkleppen zijn.
- Functiewijziging. Een deel van een kantoor wordt logies of zorg, of een opslag komt in een compartiment bij een werkplaats: de compartimentsgrenzen zijn dan niet meer afgestemd op het gebruik en de grootte van het compartiment.
Hoe stelt u vast of de compartimentering nog klopt?
Het vertrekpunt is de brandveiligheidstekening of de oorspronkelijke vergunningstekening: daarop staat waar de brandscheidingen liggen en welke weerstand ze moeten hebben. Die tekening legt u naast de werkelijke situatie. Wij lopen daarvoor het gebouw fysiek door, boven de verlaagde plafonds, in de schachten en techniekruimten, en leggen elke afwijking vast met foto en locatie. Het resultaat is een overzicht van tekortkomingen per scheiding, met een oordeel over de ernst. Dat is de basis voor een herstelplan; meer over deze werkwijze leest u bij inspectie brandveiligheid.
Welk niveau geldt bij herstel?
Een veelgemaakte fout is dat bij herstel automatisch de nieuwbouweisen worden aangehouden. Dat is niet nodig en vaak niet haalbaar. Voor een bestaand gebouw geldt bij verbouw het rechtens verkregen niveau: het brandveiligheidsniveau uit de oorspronkelijke vergunning en latere legale wijzigingen. Dat niveau ligt tussen het niveau bestaande bouw en het nieuwbouwniveau in, en de eisen gelden voor de onderdelen die zijn gewijzigd. Bij een scheiding die ooit als 30 minuten is vergund, herstelt u dus naar 30 minuten, niet naar 60. Wat een brandcompartiment precies is en welke WBDBO-eisen er per situatie gelden, leest u in Wat is een brandcompartiment? Eisen, grootte en WBDBO.
Verandert het gebruik van het gebouw, dan ligt het anders: een nieuwe gebruiksfunctie brengt een eigen eisenpakket mee en vaak een gebruiksmelding of omgevingsvergunning.
Brandcompartimentering herstellen in vier stappen
- Inventarisatie. Alle brandscheidingen worden gecontroleerd op doorvoeringen, aansluitingen, deuren, kanalen en de aansluiting op vloer en dak. Elke afwijking wordt vastgelegd.
- Niveau bepalen. Per scheiding wordt vastgesteld welke weerstand vereist is: het rechtens verkregen niveau, of bij functiewijziging het niveau dat bij de nieuwe functie hoort. Soms blijkt dat een scheiding helemaal geen brandscheiding hoeft te zijn omdat het compartiment ook zonder die wand binnen de toegestane grootte blijft.
- Herstelplan. Per tekortkoming wordt de oplossing beschreven: brandwerende afdichting van doorvoeringen, doortrekken van wanden tot de bovenliggende constructie, vervangen of aanpassen van deuren, plaatsen van brandkleppen. Het plan geeft de prioriteit aan, zodat de grootste risico’s als eerste worden aangepakt.
- Uitvoering en vastlegging. Brandwerende afdichtingen moeten worden aangebracht volgens de beproefde toepassing van het product; laat dit doen door een partij die de bijbehorende verwerkingsvoorschriften kent en de uitvoering documenteert. Wij adviseren de herstelde scheidingen vast te leggen in een logboek met foto’s, productgegevens en locatie, zodat u bij een volgende verbouwing, een controle door het bevoegd gezag of een vraag van de verzekeraar kunt aantonen wat er is gedaan.
Wat hoeft niet?
Niet elke afwijking van de tekening is een tekortkoming die hersteld moet worden. Soms zijn compartimenten in de loop van de jaren kleiner geworden doordat wanden zijn bijgeplaatst, of is een scheiding overbodig geworden. Ook is het niet nodig om een gebouw uit 1985 op nieuwbouwniveau te brengen. Een goed herstelplan zegt daarom niet alleen wat er moet gebeuren, maar ook wat niet nodig is. Dat scheelt kosten en discussie met de aannemer.
Compartimentering laten controleren en herstellen
Wij inventariseren de brandscheidingen van uw gebouw, bepalen welk niveau geldt en leveren een herstelplan waarmee de uitvoerende partij direct aan de slag kan. Lees meer over onze brandcompartimentering-advies en berekening of neem contact op.
Veelgestelde vragen
Moet ik na elke verbouwing de brandcompartimentering laten controleren?
Een controle is verstandig zodra er leidingen, kabels of kanalen door brandscheidingen zijn gevoerd, wanden of plafonds zijn aangepast of deuren zijn vervangen. Dat zijn precies de ingrepen waarbij de weerstand van een scheiding ongemerkt verloren gaat. Bij een functiewijziging is een beoordeling altijd nodig, omdat dan ook de eisen zelf veranderen.
Hoe herken ik een niet-brandwerende doorvoering?
Kijk boven het verlaagde plafond en in schachten naar sparingen rond leidingen en kabelgoten. Een open ruimte, gewoon purschuim, een houten of kunststof afdekplaat of een afdichting zonder markering wijzen op een doorvoering die niet brandwerend is afgedicht. Een correcte afdichting is herkenbaar aan een brandwerend product met een label of markering van fabrikant en classificatie.
Kan ik de compartimentering zelf herstellen?
Eenvoudige doorvoeringen kunnen door een goed geïnstrueerde onderhoudsdienst worden afgedicht, mits het juiste product wordt gebruikt volgens de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant. Bij grotere sparingen, kanalen, deuren en constructieve aansluitingen is specialistische uitvoering nodig. In alle gevallen geldt: leg vast wat er is gedaan, met welk product en waar.
Geldt bij herstel het nieuwbouwniveau?
Nee. Bij een bestaand gebouw geldt het rechtens verkregen niveau: het niveau uit de oorspronkelijke vergunning en latere legale wijzigingen. Alleen bij een functiewijziging kan een ander eisenpakket van toepassing worden.