Kort antwoord: je checkt de brandveiligheid van een gebouw door systematisch de belangrijkste onderdelen na te lopen — brandwerende doorvoeringen (schachten), brandwerende deuren en glas, vluchtroutes en nooduitgangen, brandmeld- en ontruimingsinstallatie, blusmiddelen, noodverlichting, brandcompartimentering en de bijbehorende documentatie. Niet elk gebouw wordt automatisch door de overheid gecontroleerd: als eigenaar, verhuurder of VvE ben je zelf juridisch verantwoordelijk. Met de checklist hieronder maak je zelf een eerste ronde; voor zekerheid laat je een onafhankelijke brandveiligheidsinspectie uitvoeren.
Waarom is een brandveiligheidscheck belangrijk?
In Nederland hebben we de brandveiligheid over het algemeen goed voor elkaar. Denken we… In de praktijk worden lang niet alle gebouwen standaard gecontroleerd door het bevoegd gezag. Gebouwen waarin een VvE actief is, worden bijvoorbeeld niét standaard gecontroleerd.
Normaal gesproken controleren de gemeente en de brandweer bij de bouw en daarna op gezette tijden. Komen er gebreken aan het licht, dan is de eigenaar verplicht om binnen de gestelde termijn verbeteringen te laten uitvoeren. Maar juist bij gebouwen zónder standaardcontrole kan gebrek aan toezicht tot onveilige situaties leiden — zeker bij oudere portiekflats of hoge gebouwen. Voor alle woningen waar je niet twee kanten op kunt vluchten, geldt bovendien een hoger brandveiligheidsrisico.
Wie is verantwoordelijk?
Als eigenaar, verhuurder of VvE ben je juridisch verantwoordelijk voor de brandveiligheid van het gebouw. De kans is aanzienlijk dat de gemeente op enig moment alsnog gaat controleren. Is de brandveiligheid dan niet op orde, dan volgen kostbare maatregelen op korte termijn, vaak op straffe van een dwangsom. Belangrijker nog: niemand wil dat een brand grote gevolgen heeft doordat maatregelen achterwege zijn gebleven. Gelukkig kun je veel proactief aanpakken.
Zelf de brandveiligheid checken: de checklist
Als beheerder of eigenaar kun je zelf met een kritische blik een ronde door het gebouw maken. Let daarbij vooral op de volgende punten, met name bij gebouwen met meerdere woonlagen:
1. Schachten en doorvoeringen
Bij gebouwen met meerdere woonlagen lopen leidingen via schachten door de verdiepingen: gas- en waterleidingen, ventilatiekanalen of riolering. Op de plek waar een leiding door een plafond, vloer of schachtwand gaat, hoort een brandwerende manchet of afdichting te zitten — met een sticker die aangeeft dat dit brandwerend is uitgevoerd. Zijn schachten niet brandveilig afgedicht, dan kan brand in enkele minuten doorslaan naar een boven- of naastgelegen woonlaag.
2. Brandwerende deuren
Een vluchtweg voert vaak door een centrale hal of gang. Controleer de deuren die daarop uitkomen: zijn het brandwerende deuren, of lichte ‘honingraat’-deuren waar je bij wijze van spreken zo doorheen trapt? Die laatste vormen een extra risico bij brand. Vervang ze door goedgekeurde, brandwerende deuren en controleer of ze goed sluiten (dranger, geen wig eronder).
3. Brandwerend glas
Deuren en scheidingswanden met veel niet-brandwerend glas vormen een zwakke plek in de brandscheiding. Vervang deze glaspartijen waar nodig door gekeurd brandwerend glas dat past bij de vereiste WBDBO van de scheiding.
4. Vluchtroutes en nooduitgangen
Zijn de vluchtroutes vrij van obstakels en fietsen? Zijn nooduitgangen altijd zonder sleutel te openen en vrij toegankelijk? Een vluchtroute die versperd of op slot zit, is bij brand levensgevaarlijk.
5. Brandmeld- en ontruimingsinstallatie
Zijn er (waar vereist) rookmelders of een brandmeldinstallatie aanwezig en functioneren die? Is er een ontruimingsalarm en weten bewoners of medewerkers wat ze bij een alarm moeten doen? Controleer of de installatie periodiek wordt onderhouden en beproefd. Voor de organisatorische kant helpen duidelijke ontruimingsplattegronden.
6. Blusmiddelen
Zijn er voldoende brandblussers en/of brandslanghaspels, op de juiste plaatsen en goed bereikbaar? Zijn ze recent gekeurd (controleer het keuringslabel)? Blusmiddelen die verlopen of geblokkeerd zijn, geven schijnveiligheid.
7. Noodverlichting
Werkt de noodverlichting in de gemeenschappelijke verkeersruimten bij stroomuitval? Test deze periodiek. Let op: vluchtrouteaanduiding (pictogrammen) is in woongebouwen zoals portiekflats doorgaans niet verplicht — die eis geldt vooral voor utiliteitsgebouwen en grotere, minder overzichtelijke complexen. Ga bij twijfel uit van het gebouwtype en de eisen uit het Bbl.
8. Brandcompartimentering
Zijn de brandscheidingen tussen woningen, bergingen en technische ruimten intact? Doorvoeringen, kieren en latere verbouwingen zijn vaak de plek waar een compartiment ‘lek’ raakt. Bij twijfel is een bouwkundige beoordeling verstandig.
9. Documentatie en onderhoud
Houd een logboek bij van keuringen, onderhoud en aanpassingen (blusmiddelen, installaties, deuren). Goede documentatie toont aan dat je als eigenaar of VvE je zorgplicht serieus neemt — en is nodig bij controle door gemeente of verzekeraar. Met Pandveilig houd je dit overzichtelijk bij.
Wanneer schakel je een deskundige in?
Merk je bij je eigen ronde dat schachten of deuren niet op orde zijn, dan is dat een duidelijk signaal dat de brandveiligheid onvoldoende is. Ook bij oudere gebouwen, na een verbouwing, bij een gewijzigd gebruik of bij twijfel over de compartimentering is professioneel advies verstandig.
Een onafhankelijke brandveiligheidsinspectie geeft je zekerheid: een gecertificeerd inspecteur beoordeelt het hele gebouw objectief, zonder er producten of installaties bij te willen verkopen, en levert een rapport met concrete verbeterpunten en prioriteiten. Voor de organisatorische kant (BHV, ontruiming) biedt een BHV-scan uitkomst.
Neem de brandveiligheid op in je MJOP
Om de brandveiligheid structureel op orde te houden, neem je deze op in het meerjarenonderhoudsplan (MJOP), net als schilderwerk en ander onderhoud. Zo plan je keuringen, onderhoud en verbeteringen vooruit in plaats van pas te reageren als er iets misgaat of als de gemeente langskomt.
Zelf kennis in huis halen
Wil je binnen je organisatie of VvE zelf meer grip op brandveiligheid? Met de cursus Brandpreventiedeskundige of Inspecteur brandveiligheid leer je waar je op moet letten en hoe je een gebouw beoordeelt — inclusief alle verplichte aspecten van een brandveilig gebouw. Bekijk de opleidingen brandveiligheid.
Laat de brandveiligheid van je gebouw onafhankelijk checken. Munnik Brandadvies denkt met je mee — van eerste rondgang tot volledig inspectierapport. Plan een afspraak · 0598 – 39 59 79 · info@munnikbrandadvies.nl
Veelgestelde vragen
Worden alle gebouwen automatisch gecontroleerd op brandveiligheid?
Nee. Lang niet alle gebouwen worden standaard door de overheid gecontroleerd. Gebouwen met een actieve VvE vallen bijvoorbeeld buiten de standaardcontrole. De eigenaar, verhuurder of VvE is zelf verantwoordelijk voor de brandveiligheid.
Wie is verantwoordelijk voor de brandveiligheid van een gebouw?
De eigenaar, verhuurder of VvE is juridisch verantwoordelijk. Bij gebreken kan de gemeente maatregelen afdwingen, soms met een dwangsom. Proactief checken en onderhouden voorkomt zowel risico’s als kosten.
Kan ik de brandveiligheid zelf checken of heb ik een expert nodig?
Een eerste eigen ronde met de checklist (schachten, deuren, vluchtroutes, blusmiddelen) kan iedereen doen. Voor een volledige, objectieve beoordeling — zeker bij oudere of complexe gebouwen — laat je een gecertificeerd inspecteur een onafhankelijke inspectie uitvoeren.
Waar moet je vooral op letten in oudere portiekflats?
Op brandwerend afgedichte schachten en doorvoeringen, op brandwerende deuren (geen lichte honingraatdeuren of veel niet-brandwerend glas) en op vrije, goed toegankelijke vluchtroutes. Juist waar je maar één kant op kunt vluchten, is het risico hoger.
Hoe vaak moet je de brandveiligheid van een gebouw checken?
Neem brandveiligheid op in het MJOP en controleer installaties en blusmiddelen volgens hun keuringsintervallen. Een periodieke inspectie (bijvoorbeeld jaarlijks of bij wijzigingen in gebruik of na verbouwing) houdt het gebouw aantoonbaar op orde.
Wat kost een brandveiligheidsinspectie?
De kosten hangen af van de omvang, het type en het gebruik van het gebouw en de gewenste diepgang van het rapport. Vraag een vrijblijvende offerte aan, dan weet je precies waar je aan toe bent.