Vluchtrouteaanduiding

Een vluchtroute werkt alleen als iedereen hem kan vinden — ook wie het gebouw niet kent, ook als er rook hangt en de oriëntatie wegvalt. Vluchtrouteaanduiding klinkt eenvoudig, maar in de praktijk gaat er meer mis dan je zou verwachten: pictogrammen die al jaren geleden zijn vervangen door een nieuw ISO-symbool, borden die door een verbouwing de verkeerde kant op wijzen, of zo veel aanwijzingen tegelijk dat een vluchtende persoon het spoor bijster raakt.

Munnik Brandadvies toetst de vluchtrouteaanduiding van uw gebouw aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de toepasselijke NEN-normen. U weet daarna precies wat er niet klopt en wat er moet worden aangepast — zonder meer borden dan nodig.

Wat valt onder vluchtrouteaanduiding?

Vluchtrouteaanduiding is het geheel van visuele middelen dat mensen tijdens een ontruiming naar de dichtstbijzijnde vluchtweg leidt. Dat omvat:

  • Vluchtweg-pictogrammen (het groene rennende mannetje, conform NEN-EN ISO 7010 pictogram E001 of E002)
  • Richtingspijlen bij splitsingen, hoeken en lange corridors
  • Aanduiding van nooduitgangen en nooddeuren
  • Noodverlichting — maar alleen waar het Bbl of de NEN-normen dit vereisen

Of pictogrammen verlicht moeten zijn en of er noodverlichting nodig is, hangt af van de gebruiksfunctie van het gebouw en de specifieke situatie. Dat is geen standaardantwoord — het is een afweging per gebouw.

Wanneer is noodverlichting verplicht — en wanneer niet?

Een veelgehoorde aanname is dat noodverlichting altijd verplicht is. Dat klopt niet. Het Bbl schrijft noodverlichting voor in gebouwen en ruimten waar mensen verblijven en die zonder noodverlichting bij stroomuitval niet veilig kunnen worden ontruimd. Woningen en woongebouwen zijn hiervan uitgezonderd.

Voor gebouwen met een publieke functie, zorginstellingen, hotels en kantoren gelden wel eisen voor noodverlichting in vluchtroutes, vastgelegd in Bbl artikel 4.7.6 (nieuwbouw) en artikel 3.7.6 (bestaande bouw). De minimale verlichtingssterkte op vloerniveau in de vluchtroute is vastgesteld in NEN-EN 1838.

Hetzelfde geldt voor verlichte pictogrammen: in situaties met voldoende daglicht of in gebouwen met een laag risicoprofiel zijn onverlichte pictogrammen toegestaan. De keuze hangt af van de omstandigheden en is maatwerk. Hoe dat in de praktijk uitpakt, leest u in het artikel over de second opinion op het noodverlichtingsontwerp van twee scholen.

Het probleem van de kerstboomverlichting

Er bestaat een neiging om bij elk vluchtpad een pictogram te plaatsen, bij elke deur een bord en bij elke hoek een pijl. Het resultaat is een gebouw vol groene borden, waarbij een vluchtende persoon — onder stress, mogelijk in beperkte zichtomstandigheden — niet meer weet welk bord hij moet volgen.

Dit fenomeen noemen wij intern wel de kerstboomverlichting: de veelheid aan aanwijzingen maakt het systeem minder effectief dan een sober maar goed doordacht alternatief. In het ergste geval gaan mensen rondjes lopen omdat de borden elkaar tegenspreken of doordat ze worden afgeleid door overbodige aanwijzingen.

Onze aanpak is de omgekeerde: begin bij de vluchtweg zelf en werk terug. Welke beslissingsmomenten zijn er voor een vluchtende persoon? Op die punten moet een pictogram hangen — en nergens anders. Minder borden, op de juiste plek, werken beter.

Wat gaat er in de praktijk mis?

Uit onze inspecties komen steeds dezelfde tekortkomingen naar voren:

Verouderde pictogrammen

In 2013 is de NEN-EN ISO 7010 norm ingevoerd voor veiligheidspictogrammen. Het nieuwe symbool voor vluchtwegaanduiding verving het oude symbool dat in veel gebouwen nog jarenlang bleef hangen. Verouderde pictogrammen voldoen formeel niet meer aan de geldende norm, ook al zijn ze nog goed zichtbaar.

Borden die na een verbouwing de verkeerde kant op wijzen

Na een herinrichting of verbouwing worden vluchtroutes soms gewijzigd, maar de pictogrammen blijven op hun oude plek hangen. Een pijl die naar links wijst terwijl de vluchtroute nu rechts ligt, is in een ontruimingssituatie gevaarlijker dan geen pijl.

Pictogrammen achter obstakels

Planten, reclameborden, gordijnen of opslagrekken die het zicht op een pictogram blokkeren. Dit zien we regelmatig in horeca en kantoorruimten na een herinrichting — de aanduiding is er nog, maar niet meer te zien.

Ontbrekende aanduiding op verdiepingen

In meerdere verdiepingen tellende gebouwen is de vluchtrouteaanduiding op de begane grond wel aanwezig, maar ontbreekt ze op de verdiepingsvloeren. Een bezoeker die niet bekend is met het gebouw weet dan niet welke kant op.

Noodverlichting die niet functioneert

Noodverlichtingsarmaturen die jarenlang niet zijn gecontroleerd en niet meer opladen, of die bij een renovatie zijn afgekoppeld. Op het moment dat ze nodig zijn — juist bij stroomuitval — werken ze niet.

Regelgeving en normen

De eisen voor vluchtrouteaanduiding zijn verdeeld over het Bbl en een aantal NEN-normen:

  • Bbl artikel 4.7.6 — noodverlichting in vluchtroutes, nieuwbouw
  • Bbl artikel 3.7.6 — noodverlichting in vluchtroutes, bestaande bouw
  • NEN-EN ISO 7010 — veiligheidspictogrammen: vorm, kleur en specifieke symbolen voor vluchtwegen (E001, E002, E003)
  • NEN-EN 1838 — noodverlichtingssystemen: minimumeisen voor verlichtingssterkte, uniformiteit en autonome werktijd
  • NEN-EN 50172 / NEN-EN 62034 — eisen voor noodverlichtingsinstallaties en keuringsprocedures

Het Bbl schrijft geen vaste controlefrequentie voor. De gebouweigenaar heeft op grond van de algemene zorgplicht wel de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de vluchtrouteaanduiding en noodverlichting functioneren zoals vereist — en om dat bij een inspectie of gebruiksmelding aantoonbaar te maken.

Wat wij voor u doen

Munnik Brandadvies voert een volledige toetsing van uw vluchtrouteaanduiding uit als onderdeel van een brandveiligheidsinspectie, of als losse opdracht. Dat omvat:

  • Visuele inspectie van alle vluchtroutes op aanwezigheid, juistheid en actualiteit van pictogrammen
  • Beoordeling van plaatsing, hoogte, kijkafstand en onderlinge consistentie
  • Controle of noodverlichting aanwezig en functioneel is waar dat vereist is
  • Signalering van overbodige aanduiding die de overzichtelijkheid vermindert
  • Inspectierapport met bevindingen per locatie, foto-onderbouwing en prioritering
  • Advies over herstelmaatregelen — gericht op effectiviteit, niet op het maximale aantal borden

Wij werken met Pandveilig, onze eigen inspectiesoftware. Bevindingen zijn direct aan de plattegrond gekoppeld zodat u en uw installateur precies weten waar wat moet worden aangepast.

Veelgestelde vragen over vluchtrouteaanduiding

Is vluchtrouteaanduiding altijd verplicht?

Vluchtrouteaanduiding is verplicht in gebouwen waar mensen verblijven die de vluchtweg niet altijd zelfstandig kunnen vinden. Woningen en woongebouwen zijn in het Bbl uitgezonderd van de eis voor noodverlichting. Voor bedrijfsgebouwen, kantoren, zorginstellingen, hotels en publieke functies gelden wel eisen. De exacte invulling — conform Bbl artikel 4.7.6 en 3.7.6 — is maatwerk per gebouwtype en situatie.

Moeten pictogrammen altijd verlicht zijn?

Nee. Of pictogrammen verlicht moeten zijn hangt af van de omstandigheden: de beschikbaarheid van daglicht, het risicoprofiel van het gebouw en de eisen die het Bbl en de NEN-normen stellen aan de specifieke gebruiksfunctie. In sommige situaties volstaan onverlichte retroreflecterende pictogrammen.

Hoe vaak moet de vluchtrouteaanduiding worden gecontroleerd?

Het Bbl schrijft geen vaste controlefrequentie voor. Wel geldt de algemene zorgplicht: de gebouweigenaar is verantwoordelijk voor een veilig gebouw en moet aantoonbaar kunnen maken dat de vluchtrouteaanduiding en noodverlichting functioneren zoals vereist. Na een verbouwing, herinrichting of wijziging van de vluchtroute is een controle altijd aangewezen.

Wat is het verschil tussen vluchtrouteaanduiding en een ontruimingsplattegrond?

Een ontruimingsplattegrond toont de vluchtroutes en verzamelpunten op een tekening van de verdieping — ter oriëntatie vooraf. Vluchtrouteaanduiding zijn de fysieke middelen in het gebouw zelf: pictogrammen, pijlen en noodverlichting die iemand tijdens de ontruiming begeleiden. Beide zijn complementair; het een vervangt het ander niet.

Onze pictogrammen zijn er nog, maar zijn ze nog geldig?

Dat hangt ervan af wanneer ze zijn geplaatst. Pictogrammen die dateren van voor de invoering van NEN-EN ISO 7010 in 2013 voldoen mogelijk niet meer aan het huidige symbool. Wij beoordelen bij een inspectie ook de actualiteit van de gebruikte symbolen.

Projecten

Wij voerden vluchtrouteaanduiding-inspecties uit voor uiteenlopende gebouwen, waaronder:

Scholen Groningen

Inspectie van vluchtrouteaanduiding en noodverlichting in meerdere schoolgebouwen in de gemeente Groningen. Bijzonder aandachtspunt: de aanduiding op verdiepingsvloeren en de afstemming met de ontruimingsplattegronden per lokaal.

Dinkelpark

Toetsing van de vluchtrouteaanduiding als onderdeel van een integrale brandveiligheidsinspectie. Bevindingen verwerkt in een inspectierapport via Pandveilig, inclusief prioritering van herstelmaatregelen.

Espria

Voor meerdere locaties van Espria — een zorgorganisatie met een breed vastgoedportfolio — voerde Munnik Brandadvies inspecties uit, waaronder de beoordeling van vluchtrouteaanduiding en noodverlichting in zorggebouwen met bewoners met een beperkte zelfredzaamheid.

Vluchtrouteaanduiding laten toetsen?

Neem contact op voor een vrijblijvende offerte. Wij plannen de inspectie op een moment dat het gebouw zo min mogelijk wordt verstoord en leveren het rapport binnen vijf werkdagen op.

Munnik Brandadvies — KiK-gecertificeerd — 0598 395 979 — info@munnikbrandadvies.nl

Deze berekening is toegepast op onderstaande projecten: