Een brandoverslagberekening is nodig bij nieuwbouw of verbouw wanneer een brandcompartiment dicht bij de perceelsgrens of bij een ander brandcompartiment ligt en je moet aantonen dat aan de WBDBO-eis uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt voldaan. In dit artikel lees je de grenzen per gebruiksfunctie, het wettelijk kader en wanneer je de berekening het beste laat uitvoeren.
Wat zegt het Bbl?
Het Bbl stelt eisen aan de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) tussen brandcompartimenten. Als basiseis geldt bij nieuwbouw een WBDBO van 60 minuten, waarbij onder voorwaarden een reductie naar 30 minuten mogelijk is. Voor bestaande bouw geldt een eis van 20 minuten. De WBDBO wordt bepaald volgens NEN 6068:2020+A1:2024 (artikel 4.54, eerste lid, respectievelijk artikel 3.41, eerste lid, Bbl).
Belangrijk om te weten: het Bbl kent geen letterlijke ‘berekeningsplicht’. De brandoverslagberekening is het bewijsmiddel waarmee je bij de vergunningaanvraag of melding aantoont dát aan de WBDBO-eis wordt voldaan. Kan dat niet op voorhand aannemelijk worden gemaakt – bijvoorbeeld omdat de afstand tot de perceelsgrens klein is – dan zal het bevoegd gezag om een berekening vragen.
Bij een perceelsgrens rekent het Bbl bovendien met een fictief, spiegelsymmetrisch gebouw op het buurperceel (artikel 4.54, tweede lid) en geldt sinds de invoering van het Bbl de 50%-regel uit het derde lid. Hoe dat werkt, lees je in ons artikel Hoe verklein je het risico op brandoverslag?
Bij welke afstand is een berekening nodig?
Sinds de actualisatie van NEN 6068 en NPR 6888 gelden geen vaste afstanden meer voor alle gebouwen; de grens hangt af van de gebruiksfunctie en van de omvang van de gevelopeningen. Grofweg zijn er drie situaties:
| Situatie | Wanneer | Wat geldt |
|---|---|---|
| Zeer geringe afstand tot de perceelsgrens | Het brandcompartiment en het gespiegelde compartiment liggen vrijwel tegen elkaar | Geen berekening, maar de gevel moet zelf de weerstand bieden: 30 minuten EW bij een niet-besloten tussenruimte, 60 minuten EI bij een besloten tussenruimte, beide in twee richtingen |
| Berekening vereist | Utiliteit: afstand kleiner dan 5 meter, of kleiner dan 2 × √(oppervlakte gevelopeningen) als dat maatgevend is. Grote woonfunctie: kleiner dan 6 meter. Kleine woonfunctie (minder dan 100 m² grondoppervlak, maximaal 3 bouwlagen): kleiner dan 2,5 meter | De berekening volgens NEN 6068 toont aan of en waar brandwerende voorzieningen nodig zijn |
| Ruimere afstand | Groter dan de bovenstaande grenzen | Geen berekening nodig; de gevel moet wel brandklasse B hebben. Bij een brandbare gevel kan een berekening alsnog aantonen dat brandklasse D volstaat |
Vergeet verticale brandoverslag niet
Bij gestapelde bouw, zoals appartementengebouwen, kan brand via de gevelopeningen overslaan naar bovenliggende verdiepingen. Voldoende hoge borstweringen (1,2 meter) en overstekken van 20 tot 30 centimeter beperken dat risico. Is daar in het ontwerp niet in voorzien, dan toont een berekening aan of aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals brandwerende beglazing (E-, EW- of EI-glas).
Wanneer in het bouwproces?
Laat de berekening zo vroeg mogelijk uitvoeren, het liefst zodra het gebouwontwerp gereed is. Blijkt pas tijdens de bouw dat gevelopeningen brandwerend moeten worden uitgevoerd, dan lopen de kosten onnodig op. Een standaard WBDBO-berekening duurt gemiddeld twee weken, afhankelijk van de complexiteit van het bouwwerk en de beschikbaarheid van tekeningen.
Berekening laten uitvoeren?
Onze adviseurs voeren brandoverslagberekeningen en WBDBO-advies uit volgens NEN 6068, inclusief praktisch advies over kosteneffectieve maatregelen – voldoen aan de eisen zonder overbeveiliging. Iedereen heeft het recht om brandveilig te zijn!
Brandoverslag is één van de risico’s die je in kaart wilt hebben. Voor het bredere plaatje binnen je pand gebruik je onze checklist voor de brandveiligheid van je gebouw.