Wat is een brandklep?
Een brandklep (ook wel brandwerende klep of fire damper genoemd) is een afsluitelement in een ventilatiekanaal dat bij brand automatisch sluit. Brandkleppen bevinden zich op de plaats waar een ventilatiekanaal door een brandscheiding loopt. Bij brand sluiten ze de opening af, zodat brand en rook zich niet via het ventilatiesysteem kunnen verspreiden naar andere brandcompartimenten.
Brandkleppen hebben een dubbele functie: enerzijds zijn ze onderdeel van het ventilatiesysteem en zorgen ze voor de luchtvoorziening, anderzijds vormen ze een essentieel onderdeel van de brandscheiding en compartimenteren ze een uitbrekende brand.
Wanneer zijn brandkleppen verplicht?
Brandkleppen zijn verplicht wanneer een ventilatiekanaal een brandscheiding doorboort. Dit volgt uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De verplichting geldt voor nieuwbouw én voor verbouw waarbij bestaande brandscheidingen worden aangepast of doorgevoerd.
Gebouwen met een hoge bezettingsgraad — zoals kantoren, ziekenhuizen, scholen en hotels — zijn extra gevoelig voor onjuiste toepassing, omdat brand zich via ventilatiesystemen razendsnel kan verspreiden naar andere compartimenten.
Soorten brandkleppen
Er zijn twee hoofdklassen:
- Klasse E (fire damper) — sluit bij brand en voorkomt verspreiding van vlammen en hete gassen.
- Klasse ES / EIS (combined fire and smoke damper) — sluit bij brand én bij rookdetectie. Vereist wanneer ook een rookwerendheidseis bij nieuwbouw of verbouw geldt.
Brandweerstandsklassen: E en EI
Naast de functionele indeling worden brandkleppen ook geclassificeerd op brandwerendheid:
- Klasse E (vlamdicht) — voorkomt verspreiding van vlammen en hete gassen. Wordt toegepast in schachten en kanalen waar geen brandbaar materiaal aanwezig is, zoals gemetselde kanalen.
- Klasse EI (vlamdicht + isolerend) — biedt naast vlamdichtheid ook thermische isolatie. EI is vereist waar brandbare materialen aanwezig zijn in of rondom de schacht of het kanaal, omdat anders door warmteoverdracht brand kan ontstaan aan de niet-brandende zijde.
De tijdsklasse — E 30, E 60, EI 30, EI 60 enzovoort — geeft aan hoe lang de klep zijn functie moet vervullen onder brandomstandigheden. De vereiste tijdsklasse moet minimaal gelijk zijn aan de brandwerendheidseis van de brandscheiding.
Een veel gemaakte fout is het toepassen van een klasse E brandklep in een situatie waar EI vereist is. De brandscheiding is dan op papier gesloten, maar warmteoverdracht via het kanaal kan alsnog brand veroorzaken aan de andere zijde.
Rookwerendheid: Ra en R200 eisen
Naast de brandwerende functie stelt het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) via de NEN 6075 ook eisen aan de rookwerende functie van brandkleppen. Er zijn twee klassen:
- Ra (basis rookwerendheid) — geldt voor niet-slaapgebouwen zoals kantoren, winkels en scholen. De brandklep moet bij rookdetectie sluiten en verspreiding van rook via het ventilatiesysteem voorkomen.
- R200 (verhoogde rookwerendheid) — geldt voor slaapgebouwen en gebouwen met minder zelfredzame personen, zoals zorginstellingen en hotels. De R200-eis stelt strengere eisen aan de lekdichtheid bij een drukverschil van 200 Pa.
Om aan Ra of R200 te voldoen is een thermisch gestuurde brandklep (smeltlood op 72°C) onvoldoende. De klep moet ook reageren op koude rook, via een gemotoriseerde veerteruggangmotor aangestuurd door een rookmelder conform NEN 2535 of NEN 2555. alternatieven met terugslagkleppen kunnen als gelijkwaardigheid ook wordne toegepast.
In de praktijk zien wij dat de Ra en R200 eisen bij verbouw regelmatig over het hoofd worden gezien. Er worden dan brandkleppen geplaatst die alleen thermisch sluiten, terwijl de situatie een rookgestuurde klep vereist — een onzichtbaar gebrek dat pas bij een calamiteit of onafhankelijke inspectie aan het licht komt.
Eisen conform NEN-EN 15650
Brandkleppen moeten als product voldoen aan NEN-EN 15650. De norm beschrijft de technische eisen voor fabricage, classificatie en prestatietests. Naast de producteis gelden installatievoorschriften: de klep moet worden geplaatst conform het attest van de fabrikant, inclusief de vereiste inbouwdiepte, beugeling en inspectieluik.
Afwijken van het attest — hoe klein ook — maakt de klep ongeldig als onderdeel van de brandscheiding. Dit is precies wat er in de praktijk regelmatig misgaat.
Hoe vaak moeten brandkleppen worden geïnspecteerd?
Brandkleppen dienen adequaat te worden geïnspecteerd en getest op correcte werking, conform de eisen uit het Bbl. Na elke verbouwing of wijziging aan het ventilatiesysteem is een extra inspectie verplicht. Omdat brandkleppen doorgaans boven een verlaagd plafond zijn weggewerkt, worden gebreken pas laat ontdekt — soms pas bij een calamiteit.
Brandkleppen correct plaatsen: fouten en gevolgen
Inleiding
Onwetendheid zorgt er voor dat er nogal eens iets mis gaat met de plaatsing van brandkleppen. Brandkleppen zijn vaak onzichtbaar verwerkt in een brandscheiding, boven bijvoorbeeld een verlaagd plafond. Wanneer er in een brandcompartiment brand uitbreekt, zullen de hete brandgassen zich een weg banen naar een ander compartiment waar de luchtdruk lager is. Een kleine opening in een brandscheiding kan al voor branduitbreiding zorgen. Brandkleppen hebben een dubbele functie. Enerzijds zijn ze onderdeel van het ventilatiesysteem en zorgen ze voor de luchtvoorziening, anderzijds zijn ze onderdeel van de brandscheiding en compartimenteren ze een uitbrekende brand.
Waarnemingen tijdens inspecties
Tijdens onze brandveiligheidinspecties zien wij met regelmaat dat brandkleppen foutief geplaatst worden. Hieronder staat een typerend voorbeeld. Naast het ontbreken van de correcte beugeling, is te zien dat de brandklep òp de wand vóór de doorvoering gemonteerd is, i.p.v. in de wand tot de juiste inbouwdiepte die aangegeven is op de brandklep.
Afbeelding 1: Brandklep verkeerd geplaatst op wand in plaats van in wand met onvoldoende inbouwdiepte
Afbeelding 2: Brandklep niet diep genoeg in brandscheiding gemonteerd zonder correcte beugeling
Gevolgen
Tijdens deze inspectie bleken 40 brandkleppen op deze manier geplaatst te zijn. Indien hier niets aan gedaan wordt, is er geen brandscheiding aanwezig en heeft dit mogelijk juridische gevolgen bij brand. Het op orde maken heeft als gevolg dat de volgende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd:
- Systeemplafond plaatselijk verwijderen
- 40 brandkleppen demonteren
- Sparing vergroten conform attest
- 40 brandkleppen herplaatsen, sparing aanhelen en ventilatiebuizen verlengen
- Aan de andere zijde: de muur aanhelen en schilderen
De gevolgen voor eigenaar en gebruiker (en mogelijk installateur) laten zich raden:
- Men moet tijd vrij maken om het proces te begeleiden
- Er moeten opnieuw kosten worden gemaakt.
- Geluidsoverlast door de werkzaamheden.
- Geuroverlast door het verfwerk.
Hoe had dit voorkomen kunnen worden?
Het is verstandiger om de put te dichten voordat het kalf verdrinkt. Hier had goede begeleiding overlast later kunnen voorkomen. Munnik brandadvies is een brandveiligheidsadviseur, bekend van strategisch denken rondom brandveiligheid en bouwplanontwikkeling. Minder bekend is dat we nieuwbouw, verbouw en het upgraden van bestaande bouw begeleiden. Onze kennis is merk- en systeemonafhankelijk. In een aantal gevallen is een keuze voor installatietechnische oplossingen effectiever dan bouwkundige oplossingen, of andersom. Door deze onafhankelijkheid gecombineerd met kennis van strategische keuzes, kunnen wij dit soort omissies voorkomen. Onafhankelijk advisering voorkomt disfunctionerende oplossingen op het moment dat het echt toe doet.

