Minder armaturen, veiliger ontwerp: hoe een second opinion twee scholen geld, energie én milieulast bespaarde

Door Serra Looden, brandveiligheidsadviseur Munnik Brandadvies

Vorig jaar belde een facilitair manager van een scholenorganisatie in Groningen. Ze hadden een offerte ontvangen voor het vervangen van de noodverlichtingsinstallatie in twee schoolgebouwen en schrokken van de prijs. Niet alleen van de investering zelf maar ook vooral van de meerjarige onderhoudskosten. Accubatterijen die periodiek moeten worden vervangen, lampen die moeten worden gekeurd en armaturen die moeten worden bijgehouden. De installateur had een compleet ontwerp aangeleverd op basis van NEN-EN 1838.

Ze vroegen of wij er eens naar wilden kijken en wat ik aantrof was een herkenbaar patroon.

Het ontwerp: technisch correct, maar verder dan vereist

Het ontwerp van de installateur was vakkundig. NEN-EN 1838 is de Europese norm voor noodverlichtingssystemen en beschrijft gedetailleerd aan welke eisen noodverlichting moet voldoen: verlichtingssterkte, uniformiteit en autonome werktijd. Als je die norm integraal toepast op een schoolgebouw, kom je uit op een aanzienlijk aantal armaturen.

Het probleem zit hem niet in de norm zelf maar in de vraag welk deel van die norm wettelijk verplicht is voor deze gebouwen. De Omgevingsregeling, de uitwerking van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), stuurt voor schoolgebouwen slechts een beperkt deel van de NEN-EN 1838 aan. Niet de volledige norm wordt aangestuurd maar specifieke artikelen daaruit.

Het ontwerp dat de scholen hadden ontvangen, was gebaseerd op de volledige NEN-EN 1838. Dat leverde een installatie op die ruimschoots verder ging dan wettelijk vereist is, met een prijskaartje en onderhoudsplaatje dat daarbij hoorde.

Wat wel vereist is — en wat niet

De kern van mijn analyse was om precies in kaart te brengen wat de Omgevingsregeling voor deze schoolgebouwen voorschrijft. De functionele eis is helder: vluchtroutes moeten bij stroomuitval voldoende verlicht zijn om een veilige ontruiming mogelijk te maken.

Voor een schoolgebouw betekent het dat noodverlichting verplicht is in de verkeersruimten die onderdeel uitmaken van de vluchtroute zoals gangen, trappenhuizen en nooduitgangen. Dit betekent dat noodverlichting niet in elk lokaal, bergruimte of plek waar iemand eventueel zou kunnen lopen verplicht is.

Dat onderscheid klinkt eenvoudig, echter zit in de praktijk hier veel ruimte. Als een installateur de volledige NEN-EN 1838 als uitgangspunt neemt, zullen er armaturen worden geplaatst op plekken waar het wettelijk niet vereist is. Er is hier geen sprake van een oneerlijke situatie want de norm is wel toepasbaar, maar het is wél een keuze die de opdrachtgever bewust moet maken.

Het herontwerp: minder armaturen, beter nagedacht

Op basis van de plattegronden van beide schoolgebouwen is er een nieuw ontwerp gemaakt. Daarbij is er eerst gekeken naar de vluchtroutes zelf. Welke looproutes leiden naar een nooduitgang en waar zijn armaturen functioneel noodzakelijk om die route bij stroomuitval te verlichten?

Dat zorgde voor een ontwerp met een duidelijk verschil in het aantal armaturen. Dat is waar voor mij de focus ligt. Het nieuwe ontwerp voldeed volledig aan de wettelijke eisen en was tegelijk beter doordacht. Elke armatuur heeft in dit ontwerp een functie. Er zijn geen armaturen aanwezig die ‘er maar bij hangen’ omdat de norm ze technisch toestond.

Energie en milieu: de verborgen kosten van overbodige armaturen

Naast de financiële besparing is er een ander aspect dat minder snel wordt meegenomen in de overweging. Dat is de energie- en milieubelasting van armaturen die er niet hadden hoeven te zijn.

Noodverlichtingsarmaturen staan het grootste deel van de tijd in stand-by, ze laden permanent hun accu bij via de netspanning. Dat stroomverbruik is per armatuur beperkt maar telt over een installatie van tientallen armaturen en een levensduur van tien tot vijftien jaar op tot een aanzienlijke hoeveelheid energie. Armaturen die er niet hoeven te zijn, verbruiken ook geen stroom.

Wat zwaarder weegt is de milieubelasting van de accubatterijen. Noodverlichtingsarmaturen bevatten doorgaans NIMH- of Li-ion-accu’s. Die moeten gemiddeld elke vier tot zes jaar worden vervangen en worden daarna als klein chemisch afval afgevoerd. Batterijen bevatten zware metalen en zeldzame aardmetalen waarvan de winning gepaard gaat met aanzienlijke milieu-impact. Elke accu die je niet hoeft te vervangen is winst, niet alleen financieel maar ook voor de materiaalstroom.

In het herontwerp voor de twee scholen betekende het weglaten van de overbodige armaturen minder stroomverbruik over de gehele levensduur van de installatie en minder accu’s die in de toekomst moeten worden afgevoerd en vervangen. Dat zijn kosten en milieulast die normaal gesproken niet in een offerte staan maar wel degelijk bestaan.

Brandveiligheid en duurzaamheid worden niet altijd in één adem genoemd. Maar een goed ontwerp dat precies doet wat nodig is, niet meer en niet minder, is op beide vlakken beter dan een overgedimensioneerd systeem.

De les: een norm is geen bouwplicht

Wat dit project bevestigt is dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen wat een norm beschrijft en wat wettelijk verplicht is. NEN-EN 1838 is een gedetailleerde technische norm. Vanuit de Omgevingsregeling wordt ernaar verwezen maar niet op een integrale manier. Alleen bepaalde onderdelen worden wettelijk verplicht gesteld.

Voor een installateur is het logisch om de volledige norm als uitgangspunt te nemen. Dat is veilig, aantoonbaar en technisch correct. Echter is het voor de opdrachtgever wel goed om te weten dat er een verschil bestaat tussen een ontwerp dat voldoet aan de norm en een ontwerp dat wettelijk vereist is.

Een brandveiligheidsadviseur kan daarin een rol spelen, niet als concurrent van de installateur maar als onafhankelijke partij die de wettelijke eisen kent, het ontwerp beoordeelt en de opdrachtgever helpt een weloverwogen keuze te maken. Soms leidt dat tot een kleiner ontwerp. Soms ook tot het inzicht dat het oorspronkelijke ontwerp toch gerechtvaardigd is, afhankelijk van het gebouw en het gebruik.

Wat dit voor uw gebouw betekent

Heeft u een offerte ontvangen voor noodverlichting of vluchtrouteaanduiding en vraagt u zich af of die in verhouding staat tot de wettelijke eisen? Of wilt u weten wat voor uw gebouwtype precies verplicht is — en wat u daarboven eventueel extra doet? Munnik Brandadvies beoordeelt ontwerpen en toetst bestaande installaties aan de geldende eisen.

Neem contact op via info@munnikbrandadvies.nl of 0598 395 979.