Veelgemaakte fouten bij de ontruimersberekening (en hoe u ze voorkomt)

Met een ontruimersberekening toont u aan dat er in uw gebouw voldoende mensen aanwezig zijn om bij brand iedereen tijdig in veiligheid te brengen — de eis van artikel 6.20 Bbl. In de praktijk zien wij bij bestaande berekeningen steeds dezelfde fouten terugkomen: er wordt gerekend met de verkeerde bezetting, met generieke kengetallen of met uitgangspunten die inmiddels niet meer kloppen. In dit artikel de vijf meest gemaakte fouten, en hoe u ze voorkomt.

Fout 1 — Rekenen met de dagbezetting

Overdag is er personeel genoeg; ’s nachts niet. Juist de nachtsituatie is maatgevend: minder mensen, langere loopafstanden en bewoners die slapen. Een berekening die uitgaat van de dagsituatie geeft een geruststellend antwoord op de verkeerde vraag. Reken daarom altijd vanuit de personele bezetting op het moment dat die het krapst is — uitgaande van de nachtsituatie.

Fout 2 — Een generiek kengetal in plaats van uw eigen bewoners

“Eén ontruimer per zoveel bewoners” klinkt handig, maar generieke modellen schieten voor veel zorggebouwen te kort. Het maakt nogal uit of een bewoner op aanwijzing zelf naar buiten loopt, begeleid moet worden of horizontaal geëvacueerd moet worden in bed. De mate van zelfredzaamheid — vastgelegd in een WARR-classificatie — bepaalt per afdeling hoeveel tijd en handen een ontruiming werkelijk kost. Zonder die classificatie rekent u met een gemiddelde dat voor uw gebouw niet bestaat.

Fout 3 — De beschikbare tijd te optimistisch inschatten

De kern van de berekening is de vergelijking tussen de beschikbare ontruimingstijd (ASET) en de benodigde ontruimingstijd (RSET). Wie de beschikbare tijd te rooskleurig inschat — of vergeet waar de ontruimers zich ’s nachts werkelijk bevinden en welke loopafstanden zij moeten afleggen — komt op papier ruim uit terwijl het in werkelijkheid knelt. De beschikbare tijd volgt uit het gebouw zelf, op basis van tekeningen of een gebouwscan, niet uit een aanname.

Fout 4 — De berekening veroudert ongemerkt

Een ontruimersberekening is een momentopname. Verandert het bewonersprofiel, wordt er verbouwd, of wijzigt de nachtbezetting — dan kloppen de uitgangspunten niet meer, terwijl het rapport nog in de kast ligt. Leg daarom vast bij welke wijzigingen de berekening opnieuw tegen het licht moet, en neem haar mee in de jaarlijkse cyclus van uw ontruimingsplan.

Fout 5 — Wel rekenen, niet oefenen

De berekening zegt hoeveel ontruimers er nodig zijn; of de ontruiming ook zó verloopt, blijkt pas in de praktijk. Een table-top-oefening laat zonder verstoring van de zorg zien of de aannames uit de berekening kloppen: weten de aanwezigen wat hun rol is, en lukt het binnen de berekende tijd? Papier en praktijk horen bij elkaar.

Hoe een goede ontruimersberekening eruitziet

Wij rekenen met een eigen, doorontwikkelde methode waarvan de grondslag ligt in de richtlijn die is opgesteld naar aanleiding van de brand bij zorginstelling Rivierduinen, met de rekenmethode van Nieman/Van Egmond als basis en diverse aanvullingen. De uitkomst is geen kaal getal, maar een advies met scenarioanalyses: haalt u het niet met de huidige bezetting, dan brengen we in beeld welke combinatie van bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen het verschil maakt. Zo sluit de berekening aan op de brandveiligheid van uw zorginstelling als geheel.

Meer weten?

Wilt u weten of uw huidige berekening deze toets doorstaat? Bekijk onze berekening van het aantal ontruimers of volg het informatieve dagdeel over organisatorische brandveiligheid.