Artikel 6.20 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) vraagt dat u kunt aantonen dat alle aanwezigen bij brand tijdig in veiligheid komen. Waar het oude Bouwbesluit (artikel 7.11a) vooral middel- en gebruiksgericht toetste of ontruiming mogelijk was, is artikel 6.20 een doelvoorschrift: niet het middel telt, maar het resultaat — met expliciete ruimte voor maatwerk en alternatieve ontruimingsstrategieën. In dit artikel leggen we uit wat dat in de praktijk betekent en hoe u aantoont dat uw organisatie voldoet.
Wat zegt artikel 6.20 Bbl?
Artikel 6.20 Bbl verplicht dat bij brand voldoende personen zijn aangewezen om de ontruiming snel genoeg te laten verlopen — de ontruimers. Deze eis speelt met name in gebouwen waar een brandmeldinstallatie verplicht is. De verschuiving ten opzichte van het Bouwbesluit is wezenlijk: u hoeft niet langer alleen de juiste middelen te hebben, u moet kunnen onderbouwen dat de ontruiming in úw situatie, met úw bezetting, binnen de beschikbare tijd lukt. (De eis geldt overigens niet bij zorg op afroep of zorg op afspraak.)
Waarom staat dit onderwerp nu zo in de belangstelling?
Veiligheidsregio’s zien aantoonbaar strenger toe op het onderdeel ontruiming. Vooral in de zorg, waar niet-zelfredzame bewoners aanwezig zijn en de personele bezetting ’s nachts beperkt is, blijkt tijdig ontruimen een stevige opgave. De in 2025 verschenen handreiking over ontruimen bij zorgfuncties geeft toezichthouders en zorginstellingen daarbij extra houvast — en maakt de vraag “voldoen wij eigenlijk?” voor veel organisaties urgent. Lees ook hoe u de brandveiligheid in uw zorginstelling breder op orde brengt.
Hoe toont u aan dat u voldoet?
De kern is een vergelijking van twee tijden: de beschikbare ontruimingstijd (ASET — hoeveel tijd is er voordat het onveilig wordt) en de benodigde ontruimingstijd (RSET — hoeveel tijd kost de ontruiming werkelijk). Om die vergelijking te kunnen maken, worden onder meer de volgende gegevens verzameld:
- de beschikbare ontruimingstijd, op basis van tekeningen of een gebouwscan;
- de mate van zelfredzaamheid van bewoners of cliënten (WARR-classificatie);
- het aantal ontruimers, hun locatie en loopafstanden — uitgaande van de nachtsituatie.
Met een ontruimingsberekening wordt vervolgens vastgesteld hoeveel ontruimers er in uw situatie nodig zijn. Wij rekenen met een eigen, doorontwikkelde methode waarvan de grondslag ligt in de richtlijn die is opgesteld naar aanleiding van de brand bij zorginstelling Rivierduinen. Generieke modellen schieten voor veel zorggebouwen te kort: het type bewoner, de wijze van ontruimen en de zorgbehoefte verschillen per locatie, en juist die factoren bepalen de uitkomst.
Wat als tijdig ontruimen niet haalbaar blijkt?
Komt uit de berekening dat de huidige bezetting het niet redt, dan biedt artikel 6.20 juist ruimte voor maatwerk. Op basis van scenarioanalyses wordt bepaald welke combinatie van maatregelen het verschil maakt: bouwkundig (bijvoorbeeld extra compartimentering waardoor er meer tijd ontstaat), installatietechnisch (snellere detectie en alarmering) of organisatorisch (een andere ontruimingsstrategie, een aangepast ontruimingsplan of gerichte oefening, bijvoorbeeld met een tabletop-oefening).
Meer weten over artikel 6.20?
Wilt u met uw team grip krijgen op dit onderwerp? Wij starten met een informatief dagdeel over artikel 6.20 — bekijk onze opleidingen organisatorische brandveiligheid. Liever direct inzicht in uw eigen situatie? Dan is de berekening van het aantal ontruimers de logische eerste stap.