Munnik Brandadvies

Een besloten of een niet-besloten ruimte, je scenario biedt mogelijkheden!

 

Een van de kernbegrippen uit het Bouwbesluit met betrekking tot ruimtes is ‘beslotenheid’. Er zijn behoorlijke verschillen in brandveiligheidseisen als we besloten en niet-besloten ruimten naast elkaar leggen. Het spreekt voor zich dat een buitenruimte een niet-besloten ruimte is. In een buitenruimte kan evengoed een brand ontstaan, maar omdat hitte, rook en niet verbrande gassen weg kunnen vloeien, vormen deze minder een bedreiging dan in een besloten situatie. Het eisenpakket wat betreft de brandveiligheid is daardoor lichter bij een niet-besloten ruimte.

In een aantal gevallen kunnen ruimten die in eerste instantie besloten lijken, toch als niet-besloten worden beschouwd. Dit geeft mogelijkheden voor meer (ontwerp)vrijheid en mogelijk lagere kosten. De categorie van een ruimte heeft daarom een behoorlijk impact. In de praktijk blijkt er verwarring te zijn wanneer een op het eerste oog besloten ruimte beschouwd mag worden als een niet-besloten ruimte. Reden genoeg voor Harrie Munnik om in onderstaand blog uitzonderingen, consequenties en mogelijkheden inzichtelijk te maken.

Besloten ruimte

Een van de eerste regels van het Bouwbesluit geeft aan dat een besloten ruimte in een brandcompartiment ligt. Overkappingen, luifels en wintertuinen, ook al zijn ze niet-besloten, behoren soms wel en soms niet tot het brandcompartiment. Bijvoorbeeld bij de industrie geldt dat een niet-besloten ruimte, zoals een luifel, wel een brandcompartiment is. Het brandcompartimentsoppervlakte neemt hierdoor toe, waardoor er rekening moet worden gehouden met de brandcompartimenteringsgrootte.

Bij andere gebruiksfuncties geldt dit niet en is een niet-besloten ruimte geen brandcompartiment. Deze ruimte zal dan wel moeten voldoen aan de eisen die het Bouwbesluit 2012 stelt aan niet-besloten ruimten. Denk hierbij aan de capaciteit aan toevoer van verse lucht en afvoer van rook afkomstig van een brand. Vluchten uit deze ruimte mag niet worden belemmerd door de rook die in de ruimte blijft hangen. Vaak zijn het constructieve of installatietechnische oplossingen die dit mogelijk te maken.

Semi afgesloten galerij

Een voorbeeld hiervan is een (deels) besloten galerij die bij branduitbraak in een woning minder veilige vluchtomstandigheden biedt dan bij een geheel open situatie. Doordat rook en vlammen belemmerende factoren zijn bij een (semi)afgesloten galerij, gelden in principe de brandveiligheidseisen voor een besloten vluchtroute. Consequentie hiervan is dat, de gevels van de woningen grenzend aan deze vluchtroute brandwerend moeten worden uitgevoerd. Kostentechnisch heeft dit een behoorlijke impact. Als de galerij als niet–besloten kan worden aangemerkt, hoeft dat niet.

Een ruimte mag als niet-besloten aangemerkt worden als:

  1. Er is een zodanige afvoer van rook en toevoer van verse lucht dat op enige afstand tot de uitslaande vlammen er een langdurig verblijf mogelijk is:
    1. De stralingsintensiteit is niet meer dan 1-2,2 kW/m2
    2. De temperatuur van de rook is niet hoger dan 45-60 graden Celsius.
    3. De rookdichtheid mag niet meer bedragen dan 100 m-1/30 m-1

De waarden zijn in verschillende literatuurstudies gevonden en de waarden in de toelichting van het Bouwbesluit zijn conservatief gekozen.

  1. De vluchtroutes zijn zodanig ingericht, dat personen niet voor een andere woningdeur langs hoeven te vluchten. Dit is mogelijk door het creëren van twee onafhankelijke vluchtroutes. Hierdoor hoeft nooit de keuze gemaakt te worden om voor open vuur of door dikke rook te moeten vluchten.

De gevels van de woningen grenzend aan de vluchtroute hoeven hierdoor niet brandwerend te worden uitgevoerd, hetgeen een aanzienlijke kostenreductie voor de gebouweigenaar oplevert.

Brandveiligheidseisen

Om een beeld te krijgen van de verschillen van brandveiligheidseisen bij een besloten ruimte versus een niet-besloten ruimte, volgen een aantal voorschriften waaruit de verschillen blijken.

                                                                                                                                   Besloten ruimte Niet besloten ruimte
WBDBO van brandcompartiment naar: Minimaal 30 minuten Geen beperking
Loopafstanden: Maximaal 30 meter Geen beperking
Hoogteverschil: Bij >12,5 m hoogteverschil trappenhuis uitvoeren als veiligheidsvluchtroute of twee trappenhuizen Geen beperking
 

*WBDBO: Weerstand tegen Brand Doorslag en Brand Overslag

Brandoverslag en branddoorslag

Branduitbreiding vindt plaats via brandoverslag en branddoorslag. Zodra een brand zich kan verspreiden door de buitenlucht spreken we van brandoverslag. De inpandige brandverspreiding valt onder branddoorslag. Bij brandoverslag geldt dat de stralingswarmte op de gevelopeningen van een ander brandcompartiment niet hoger mag worden dan 15kW/m2.

In een ruimte waarin rook blijft hangen kan rook brandverspreiding veroorzaken via secundaire branden die ontstaan door de hete rookgassen. Flashovers die ontstaan zodra rook warmer dan 400°C langs brandbare materialen stroomt, moeten worden voorkomen.

RWA-installatie

Winkelcentra, zorgcentra, kantoren etc. zijn vaak opgebouwd uit diverse besloten ruimtes, aangrenzend aan een hoge ruimte zoals een atrium. Afhankelijk van de beslotenheid van het atrium, worden er eisen gesteld aan de materialisering, loopafstanden en brandcompartimenteringen. Esthetisch of functioneel kan het soms wenselijk zijn om te kiezen voor ander, wellicht duurzamer materiaal, of om grotere compartimenten te realiseren. Het Bouwbesluit biedt de mogelijkheid om van de prestatie-eisen af te wijken, mits hetzelfde veiligheidsniveau behaald wordt als oorspronkelijk bepaald is.

In een atrium is het mogelijk om middels het toepassen van een rook- en warmteafvoerinstallatie (RWA) in combinatie met een branddetectiesysteem af te wijken van de prestatie-eisen voor besloten ruimten. Zodra een atrium is uitgerust met een RWA-installatie, wordt de ruimte aangemerkt als een niet-besloten ruimte onder brandomstandigheden. Hierbij is voldoende capaciteit aan toevoer van verse lucht en afvoer van rook vereist, zodat vluchten en hulpverlening niet door rook belemmerd worden. Naast een RWA-installatie worden ook vaak rook- en/of brandcompartimenteringen in het ontwerp geïntegreerd in de vorm van activatie van rook- en brandschermen en/of vrijloopdeurdrangers. Door het toepassen van gelijkwaardigheden en hiermee het behouden van het vereiste brandveiligheidsniveau, is er meer ruimte om kostenefficiëntie en meer ontwerpvrijheid te integreren met brandveiligheid.

Meer weten over dit onderwerp? Neem vrijblijvend contact op met Harrie Munnik via h.munnik@munnikbrandadvies.nl of 0598-39 59 79.