Munnik Brandadvies

Blog Harrie Munnik; Brandklasse van deuren in woongebouwen

 

Een van de eisen die worden gesteld aan materialen in vluchtroutes is dat deze moeilijk brandbaar moeten zijn. Dit is zowel onder Bouwbesluit 2003 als 2012 het geval. Welke gevolgen heeft dit in zijn algemeenheid voor de materialen in verkeersruimten van woongebouwen en voor deuren in het bijzonder?

Woongebouwen

De brandvoortplantingsklasse voor materialen in besloten verkeersruimte van woongebouwen moet voldoen aan klasse B conform de NEN-EN 13501-1. Hierbij hoeft 5% van de oppervlakte niet te voldoen aan deze eis. Hierdoor is het mogelijk wandcontactdozen en plinten te gebruiken die niet voldoen aan deze eis. Bij verkeersruimten zoals bijvoorbeeld in een corridorflat zien we dat er woningdeuren uitkomen op de verkeersruimte, maar ook vaak meterkastdeuren. Hierdoor wordt de 5% waarde al snel overschreden. Binnen een corridorflat met een woningbreedte van 7 meter en een ganghoogte van 2,6 meter bedraagt het percentage 1,9 m2 / 18,2 = 10,4%. Dit percentage verdubbelt als er ook meterkastdeuren aanwezig zijn. De deuren die in deze ruimten uitkomen dienen dus ook te voldoen aan brandklasse B of 2.

Testmethode

Het voldoen aan brandklasse B of 2 van een materiaal wordt getoetst middels testen conform de NEN-EN 13501. Deze worden uitgevoerd door onafhankelijke toetsende instanties (notified bodies). Bij de test voor brandklasse B wordt de branduitbreiding over een oppervlakte getest door gedurende 30 seconden een brander tegen het materiaal te plaatsen. De branduitbreiding over het oppervlakte en de hoeveelheid warmte wordt geproduceerd door het te testen materiaal bepaalt of het materiaal kan voldoen. Dit wordt ook bepaald vanuit een zogenaamde SBI-cornertest, een korte brandtest waarbij het materiaal in een hoek wordt geplaatst.

Brandwerende deuren

Nederlandse leveranciers voeren brandwerende deuren veelal uit met HPL-toplagen. De standaard toplagen die worden aangebracht voldoen niet aan de brandklasse B. Er is een specifiek brandvertragende versie van de toplaag beschikbaar die voldoet aan brandklasse B. Bij nadere beschouwing voldoet deze toplaag aan brandklasse B, indien deze wordt aangebracht op een plaat die voldoet aan brandklasse A2. Een van de eisen van brandklasse A materialen is dat deze een zeer geringe vuurbelasting dienen te bezitten. Materialen zoals beton, glas, staal, (kalkzand)steen en gipsbeton voldoen aan die eis. Brandwerende deuren zijn standaard echter opgebouwd met HDF-platen. Deze zijn gecombineerd met de brandvertragende HPL-laag niet getest aan de eisen voor brandklasse B. Dit houdt in dat deze deuren niet voldoen voor toepassing in extra beschermde of veiligheidsvluchtroutes.

Bestaande bouw

Bestaande gebouwen moeten voldoen aan de eisen voor bestaande bouw van het huidige Bouwbesluit 2012. Corridorflats die reeds zijn gebouwd, moeten voldoen aan de eisen voor brandklasse 2 conform de NEN 6065. De verkeersruimte die grenst aan de woning moet hieraan voldoen en minimaal zijn uitgevoerd als beschermde route. Deze brandklasse komt overeen met een brandklasse B. Dat betekent dat ook de deuren in bestaande bouw dus niet voldoen. Indien hier op gehandhaafd zou worden, zou er feitelijk een groot aantal deuren moeten worden vervangen. Het probleem daarbij is dat er weinig producten zijn die voldoen aan deze eisen.

Doelstelling van de brandklasse-eis

Volgens het Bouwbesluit worden er eisen aan materialen gesteld om te voldoen aan de functionele eis. Dit houdt in dat de bedoeling (functionele eis) van het Bouwbesluit bekend is. Een van de doelstellingen van de extra beschermde vluchtroutes, is dat hier geen brand wordt verondersteld. Ook zijn er eisen aan de vluchtveiligheid van deze vluchtroutes. Nu is er voor het ontstaan van brand een aantal zaken nodig. Deze zijn conform de branddriehoek brandbaar materiaal, zuurstof en een ontstekingsbron. Deze zijn in een (extra) beschermde vluchtroute aanwezig. Daarbij is door de eis van minimaal brandklasse B een bescherming ingebouwd om te voorkomen dat brandbaar materiaal een snelle branduitbreiding over een grote oppervlakte veroorzaakt.

Bij een draaiend deel is de kans dat een ontstekingsbron aanwezig is kleiner dan bij een wand waarop zich bijvoorbeeld trafo’s of andere elektrische apparaten kunnen bevinden. Om deze reden is er een verlaging toegestaan van de eis vanuit de NEN 6069 voor deuren en de naastgelegen beglazing. Deze delen hoeven namelijk niet te voldoen aan het isolatie-criterium. Omdat deuren open en dicht gaan, is de kans gering dat er materialen tegen de deur worden geplaatst. De kans dat er zich ontstekingsbronnen nabij een brandwerende deur bevinden, is daarom ook beperkt. Ook is de oppervlakte van een deur beperkt ten opzichte van de totale wand. In hoeverre de overleefbaarheid in de ruimte wordt aangetast door de lagere brandklasse is niet onderzocht. Maar op basis van de kleine kans op het ontstaan van brand ter plaatse en de relatief geringe oppervlakte lijkt dit risico beperkt.

Uit het bovenstaande volgt dat er vrijwel geen goedgekeurde oplossingen zijn voor de corridorflats en andere woonfuncties met een gemeenschappelijke verkeersroute. In de praktijk wordt hier niet op gehandhaafd, ook omdat dit bij onderzoek niet als een speerpunt naar voren is gekomen. Het is de vraag of deze prestatie-eis vanuit het Bouwbesluit past bij de functionele-eis of dat een aanpassing op zijn plaats is.

Conclusie

In de verkeersruimten van een woongebouw worden eisen gesteld aan de brandklasse van materialen. Dit heeft invloed op de voordeuren van de woningen en de deuren van de meterkasten. De reguliere brandwerende deuren hebben een opbouw met HPL-beplating, die in combinatie met de opbouw van de deuren, niet voldoen aan de brandklasse 2 of B. Hiermee kan worden gesteld dat praktisch alle deuren die hier zijn geplaatst, niet voldoen aan het Bouwbesluit. Afgevraagd kan worden of de risico’s die door deze deuren worden veroorzaakt, dusdanig groot zijn dat handhaving een vereiste is. Nader onderzoek lijkt op zijn plaats om te bepalen of het risico veroorzaakt door deuren de eis in het Bouwbesluit rechtvaardigen of dat een herschikking van de brandklasse van de deuren in deze verkeersruimten in het Bouwbesluit op zijn plaats is.

Meer weten over dit onderwerp? Neem vrijblijvend contact op met Harrie Munnik via h.munnik@munnikbrandadvies.nl of 0598-39 59 79