Als eigenaar, beheerder of gebruiker van een gebouw heb je te maken met je zorgplicht en ben je verantwoordelijk voor de brandveiligheid van je gebouw. Iedereen heeft het recht om brandveilig te zijn, waar je ook woont, werkt, speelt of leert. Om deze brandveiligheid te borgen moet je de vereiste brandveiligheidsmaatregelen treffen en hiermee voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Om te weten of je voldoet, kan een brandveiligheidsinspectie worden verricht.
De omvang en de functie van het gebouw zijn bepalend aan welke eisen voldaan moet worden. Per gebruiksfunctie kan het immers wisselen hoeveel tijd je nodig bent om alle aanwezigen te evacueren. Daarnaast wil je beperking van de materiële schade waardoor je bedrijfscontinuïteit niet in gevaar komt. Hoe weet je dat je vastgoed (nog steeds) up-to-date beveiligd is en hoe toon je dit aan? Inspecteur Rutger Schulte doet brandveiligheidsinspecties van honderden panden. Doordat hij per gebouwtype naadloos de aandachtspunten kent, neemt hij ons graag mee voor een kijkje in zijn keuken.
Startpunt van een inspectie: Het UPD
Om de huidige staat van de algehele brandveiligheid van het gebouw te bepalen tijdens een brandveiligheidsinspectie, brengen we eerst alle uitgangspunten in kaart waaraan het betreffende gebouw conform het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (verder: Bbl) moet voldoen. Dit wordt gebundeld in een uitgangspuntendocument (UPD), een maatwerkdocument die toegespitst is op de specifieke situatie van het bestaande bouwwerk. Denk hierbij aan de omvang maar ook de gebruiksfunctie van een gebouw.
De brandveiligheid van een bouwwerk steunt op drie pijlers, afgekort als BIO: de Bouwkundige, Installatietechnische en Organisatorische brandveiligheid. Met deze drie pijlers bekijken we tijdens de brandveiligheidsinspectie de brandveiligheid integraal en spiegelen we deze aan de wetgeving. Hierbij speelt voor bestaande bouw het ‘rechtens verkregen niveau’ een grote rol. Dit niveau van eisen wordt herleid uit de in het verleden afgegeven vergunning. Is dit geformuleerd, dan volgt er een onafhankelijke brandveiligheidsinspectie ter plaatse.
Hoe verloopt een inspectie?
Na het opstellen van het UPD wordt het gebouw BIO-geïnspecteerd: bouwkundig, installatietechnisch en organisatorisch. Bouwkundige brandveiligheid is een complexe materie die vraagt om gedegen kennis in de engineeringfase, maar ook tijdens een brandveiligheidsinspectie. Daarnaast strookt in sommige gevallen het feitelijke gebruik niet met de gebruiksfunctie van het gebouw, waardoor vereiste functie-gerelateerde veiligheidsmaatregelen soms volledig ontbreken. In het geval van een calamiteit kan dit naast de schade voor vervelende consequenties zorgen.
Bouwkundige Brandveiligheidsinspectie
Tijdens een bouwkundige brandveiligheidsinspectie komen we diverse situaties tegen die ondanks de getroffen brandveiligheidsmaatregelen de brandveiligheid van een gebouw niet ten goede komen. Vaak uit onwetendheid, maar wel bepalend voor het brandveiligheidsniveau van het gebouw.
Veelvoorkomende bevindingen bij een brandveiligheidsinspectie:
- Verbouwingen waar de brandcompartimentering niet in is meegenomen
- Het ontbreken van brandwerende afdichting bij doorvoeringen
- Het ontbreken of onjuiste plaatsing van brandwerend glas
- Schachten die niet brandwerend zijn afgedicht of niet voorzien zijn van brandkleppen
Aanwezige brandcompartimenten worden tijdens de brandveiligheidsinspectie beoordeeld op hun sterkte bij brand. Een brandcompartiment is bedoeld om gedurende een bepaalde tijd te voorkomen dat de brand zich verder kan uitbreiden dan de plek waarin de brand is ontstaan. Het moet daarvoor aan diverse voorschriften voldoen om weerstand te kunnen bieden aan branddoorslag en brandoverslag (WBDBO).
Deze voorschriften worden tijdens de brandveiligheidsinspectie gecontroleerd in combinatie met de vluchtwegen, waarbij materialisering een groot punt van focus is. Worden er materialen aangetroffen die gezien de gebruiksfunctie niet voldoen, dan worden deze opgenomen in de uiteindelijke rapportage onder de aan te passen punten. Naast de compartimentering en materialisering worden aanvullende brandveiligheidsmaatregelen beoordeeld zoals:
- De wel of niet zelfsluitendheid van deuren
- De afdichting van doorvoeringen
- De opbouw en brandwerendheid van schachten
- Het correct toepassen van brandwerende voorzieningen
Kortom: de complete bouwkundige staat van het gebouw wordt doorgelicht.
Installatietechnische Brandveiligheidsinspectie
Installatietechnisch wordt tijdens de brandveiligheidsinspectie beoordeeld of en welke brandveiligheidsinstallatie verplicht is in combinatie met de gebruiksfunctie, met wel of geen automatische doormelding naar de meldcentrale. Ook welk type alarm, luid of stil, geactiveerd wordt tijdens een calamiteit en welke maatregelen automatisch in werking treden zodra er een calamiteit gedetecteerd wordt.
Organisatorische Brandveiligheidsinspectie
Organisatorisch richt de brandveiligheidsinspectie zich op de BHV-organisatie van het gebouw ten opzichte van het gebruik. De kwetsbaarheid van mensen in combinatie met de gebruiksfunctie wegen mee in de verzwaring van de eisen aan de brandklassen waarmee gewerkt wordt. Met name in zorggerelateerde instellingen is een geactualiseerd BHV-plan verplicht en levensreddend. Aanvullend is het aan te bevelen om minimaal jaarlijks een Table-top training in te plannen die vanuit Munnik Brandadvies begeleid kan worden.
Rapportage en Uitvoering Verbeteringen na inspectie
De Bouwkundige, Installatietechnische en Organisatorische uitkomsten van de brandveiligheidsinspectie komen samen in een rapportage met daarbij het advies welke aanpassingen noodzakelijk zijn om tot een goedgekeurd gebouw te komen. Munnik Brandadvies begeleidt renovatietrajecten, waarbij we door onze onafhankelijke positie de juiste balans creëren tussen dure overbeveiliging en kostbare onderbeveiliging.
De opdrachtgever is en blijft verantwoordelijk voor het kunnen aantonen dat het feitelijk gebruik strookt met de aanwezige brandveiligheidsvoorzieningen. Dit is mogelijk middels een eindcontrole na het renovatietraject. Het levert na goedkeuring van de aanpassingen een document op welke aantoont dat er wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving.
Conclusie: Waarom een Brandveiligheidsinspectie?
Niemand hoopt ooit een beroep te moeten maken op de BIO-maatregelen, maar indien toch noodzakelijk zijn ze ontworpen om levens te redden. Het effect van een gedegen brandveiligheidsinspectie resulteert in een waardevolle basis en een veilig gebruik van het gebouw.
Ook benieuwd naar de juiste balans in brandbeveiliging voor uw vastgoed? Rutger Schulte bespreekt graag de mogelijkheden voor een brandveiligheidsinspectie. Voor een vrijblijvend contact bel 0598-39 59 79 of stuur hem een mail: r.schulte@munnikbrandadvies.nl.
Benieuwd wat de mogelijkheden zijn om zelf brandveiligheidsinspecties uit te kunnen voeren?
Ontdek het met onze PandVeilig app!
Veel gestelde vragen:
-
Vraag 1: Wat is een brandveiligheidsinspectie?
Een brandveiligheidsinspectie is een onafhankelijke controle van de brandveiligheid van een gebouw. Hierbij wordt de bouwkundige, installatietechnische en organisatorische brandveiligheid (BIO) getoetst aan de geldende wet- en regelgeving, waaronder het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit 2012.
-
Vraag 2: Is een brandveiligheidsinspectie verplicht?
Als eigenaar, beheerder of gebruiker van een gebouw heb je een wettelijke zorgplicht voor de brandveiligheid. Een brandveiligheidsinspectie is in bepaalde situaties verplicht, bijvoorbeeld bij gebouwen met grote brandcompartimenten (toezichtarrangement conform NEN 6060), na verbouwingen, bij gewijzigd gebruik of op last van de gemeente of brandweer. Daarnaast is het een effectieve manier om aan te tonen dat je voldoet aan de geldende wet- en regelgeving.
-
Vraag 3: Wat is een uitgangspuntendocument (UPD)?
Een UPD is een maatwerkdocument dat alle brandveiligheidseisen in kaart brengt waaraan een specifiek gebouw moet voldoen op basis van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). Het vormt het startpunt van iedere brandveiligheidsinspectie en is toegespitst op de omvang en gebruiksfunctie van het gebouw. Hierbij wordt ook het ‘rechtens verkregen niveau’ vastgesteld op basis van eerder afgegeven vergunningen.
-
Vraag 4: Wat wordt bedoeld met BIO bij brandveiligheid?
BIO staat voor de drie pijlers van brandveiligheid: Bouwkundig, Installatietechnisch en Organisatorisch. Tijdens een brandveiligheidsinspectie worden alle drie de pijlers integraal beoordeeld en gespiegeld aan de wetgeving, zodat een compleet beeld ontstaat van het brandveiligheidsniveau van het gebouw.
-
Vraag 5: Wat wordt er bouwkundig gecontroleerd bij een brandveiligheidsinspectie?
Bij een bouwkundige brandveiligheidsinspectie worden onder andere de brandcompartimentering, brandwerende afdichtingen bij doorvoeringen, brandwerend glas, schachten, zelfsluitendheid van deuren, vluchtwegen en materialisering gecontroleerd. Veelvoorkomende bevindingen zijn verbouwingen waarbij de brandcompartimentering niet is meegenomen en het ontbreken van brandwerende doorvoerafdichtingen.
-
Vraag 6: Wat wordt er installatietechnisch gecontroleerd?
Installatietechnisch wordt beoordeeld welke brandveiligheidsinstallaties verplicht zijn op basis van de gebruiksfunctie, of er automatische doormelding naar de meldcentrale plaatsvindt, welk type alarm (luid of stil) wordt geactiveerd bij een calamiteit, en welke maatregelen automatisch in werking treden bij detectie van brand.
-
Vraag 7: Wat houdt de organisatorische inspectie in?
De organisatorische inspectie richt zich op de BHV-organisatie ten opzichte van het gebruik van het gebouw. Vooral bij zorggerelateerde instellingen is een geactualiseerd BHV-plan verplicht. Aanvullend wordt aanbevolen om minimaal jaarlijks een table-top training te organiseren om de calamiteitenprocedures te oefenen.
-
Vraag 8: Hoe vaak moet een brandveiligheidsinspectie worden uitgevoerd?
De frequentie van een brandveiligheidsinspectie hangt af van het type gebouw, de gebruiksfunctie en eventuele vergunningsvoorwaarden. Het is aan te bevelen om periodiek te laten inspecteren, zeker na verbouwingen, bij wijziging van het gebruik of wanneer de wet- en regelgeving verandert. Voor gebouwen met een toezichtarrangement gelden specifieke termijnen.
-
Vraag 9: Wat gebeurt er na de brandveiligheidsinspectie?
Na de inspectie worden de bouwkundige, installatietechnische en organisatorische bevindingen samengevat in een rapportage met advies over noodzakelijke aanpassingen. Munnik Brandadvies kan het renovatietraject begeleiden en zorgt door een onafhankelijke positie voor de juiste balans tussen overbeveiliging en onderbeveiliging. Na uitvoering van de aanpassingen volgt een eindcontrole die een document oplevert waarmee u aantoont te voldoen aan de wet- en regelgeving.
-
Vraag 10: Wat is het verschil tussen het Bbl en het Bouwbesluit 2012?
Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) is per 1 januari 2024 de opvolger van het Bouwbesluit 2012 en maakt onderdeel uit van de Omgevingswet. Het Bbl bevat de technische voorschriften voor bouwwerken, waaronder de brandveiligheidseisen. Bij een brandveiligheidsinspectie wordt getoetst aan het Bbl voor bestaande bouw.
-
Vraag 11: Waarom is een onafhankelijke brandveiligheidsinspectie belangrijk?
Een onafhankelijke inspecteur heeft geen commercieel belang bij specifieke producten of leveranciers en kan daardoor de juiste balans creëren tussen dure overbeveiliging en risicovolle onderbeveiliging. Munnik Brandadvies opereert volledig onafhankelijk, waardoor u verzekerd bent van objectief advies dat uitsluitend gericht is op de brandveiligheid van uw gebouw.