Munnik Brandadvies

Blog Peter Paul Luiken; Brandoverslag

Hoe verklein je het risico op brandoverslag? Bij brandoverslag breidt een brand in een gebouw zich uit via de buitenlucht. Van het ene brandcompartiment naar het andere brandcompartiment op hetzelfde perceel. Of spiegelsymmetrisch naar een identiek brandcompartiment op een buurperceel. Door te modelleren kunnen we berekenen of er sprake is van brandoverslag. Is dat het geval? Dan zul je als gebouweigenaar brandwerende maatregelen moeten treffen.

Hoe verklein je het risico op brandoverslag?

Op grond van de Woningwet ben je als eigenaar van een gebouw verplicht de nodige zorg te dragen om gevaar voor gezondheid of veiligheid te voorkomen. Gebouwen moeten dan ook worden gerealiseerd conform de regelgeving van het Bouwbesluit. Ook brandveiligheid valt onder die zorgplicht. Dat betekent dat je als gebouweigenaar (maar ook als bouwer) ervoor moet zorgen dat uitbreiding van brand zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Brandoverslag

Een van de oorzaken dat een brand zich kan uitbreiden buiten de ruimte waar deze ontstaat, is brandoverslag. Een brand breidt zich in dit geval uit via de buitenlucht, van het ene brandcompartiment naar een ander brandcompartiment. In een appartementengebouw kan brand via de gevelopeningen overslaan naar de bovenliggende verdieping(en) (zie afbeeldingen). Maar ook bij vrijstaande brandcompartimenten (bebouwing) kan brandoverslag plaatsvinden naar een gebouw op het perceel ernaast. Het risico op brandoverslag via de buitenlucht bij rijtjeswoningen is klein. Brand breidt zich niet 180 graden horizontaal uit, maar diagonaal of verticaal.

Gevelopeningen

Het risico op brandoverslag wordt vooral bepaald door de totale oppervlakte van het brandcompartiment. Daarbij zijn het aantal en de grootte van de gevelopeningen en hun onderlinge afstand doorslaggevend. Bij grote brandcompartimenten met één gevelopening is de vlamintensiteit hoger, waardoor brandoverslag sneller plaatsvindt. Een mogelijke oplossing is het compartiment te voorzien van extra gevelopeningen, waardoor de vlamintensiteit verdeeld wordt.

Ook de hoogte van de borstwering van het bovenliggende brandcompartiment is van invloed. Hoe lager deze is, hoe groter het risico op overslag. Om brandoverslag via de gevelopeningen te voorkomen kan één- of tweezijdig brandwerend glas worden toegepast.

Modelleren

Het risico op brandoverslag bepalen we door te modelleren. De buitenste oppervlaktematen van het brandcompartiment plaatsen we in een computermodel, waarbij we de gevelopeningen (ramen inclusief kozijnen) ‘open’ modelleren. Op cruciale punten plaatsen we zogeheten observatieposities die de stralingswarmte van uitslaande vlammen meten. De vlammen van de virtuele brand die we vervolgens laten ontstaan, zullen via de gevelsparingen uitslaan. Zodra de observatieposities een uitslag geven van meer dan 15 kW/m2, is in een werkelijke situatie de kans op brandoverslag aanwezig. Met deze gegevens kunnen we nu bepalen welke maatregelen er nodig zijn om risico’s te beperken.

Een kanttekening bij het bovenstaande scenario: we testen in dit voorbeeld alleen het risico van brandoverslag via de gevelopeningen naar het andere brandcompartiment. Dit geldt echter alleen als de gebruikte bouwmaterialen, bijvoorbeeld gevelbekleding, voldoen aan brandklasse B zoals gesteld in het Bouwbesluit. Waar dat niet het geval is – denk aan houten gevelbekleding – zal het model moeten worden aangepast.

Spiegelsymmetrie

Brandoverslag kan ook voorkomen bij twee gebouwen op verschillende percelen. Ook hiervoor is het risico via modellering te berekenen. Let wel, volgens de wet is het niet alleen de afstand tussen deze twee panden die bepalend is voor het brandoverslagrisico. In het Bouwbesluit 2012, Artikel 2.84 lid 8 is het als volgt omschreven: “Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ruimte van een op een aangrenzend perceel gelegen gebouw wordt voor het op het andere perceel gelegen gebouw uitgegaan van een identiek maar spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelsgrens gelegen gebouw. Indien het perceel grenst aan een openbare weg, openbaar water, openbaar groen, of een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen of van brandbare niet milieugevaarlijke stoffen vindt deze spiegeling plaats ten opzichte van het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel.”

Variabele eisen

Ook de hoogte van gebouwen speelt een rol in de berekeningen. Bij gebouwen waarvan de hoogste vloer van het gebruiksgebied onder de twintig meter ligt, mag reductie worden toegepast. Die reductie heeft betrekking op de zgn. repressieve inzet: bij lagere gebouwen is de kans op succesvolle brandbestrijding en hulpverlening door de brandweer groter dan bij een hoger gebouw. Daarnaast maakt het verschil of het gaat om nieuwbouw of bestaande bouw; hiervoor gelden in het Bouwbesluit – dankzij voortschrijdend inzicht – verschillende regels ten aanzien van ontvluchtingstijd en brandoverslag.

Als brandveiligheidsadviseur kijken wij bij het opstellen van een brandveiligheidsplan vanuit onze ervaring naar het risico op brandoverslag. De gebouweigenaar blijft verantwoordelijk voor de brandveiligheid van zijn of haar pand en kan een brandoverslagberekening laten maken. We raden in het geval van nieuw- of verbouw eigenaren aan dit in een vroeg stadium te laten doen, liefst zodra het gebouwontwerp gereed is. De eigenaar voorkomt daarmee dat hij extra kosten moeten maken als blijkt dat er aanpassingen noodzakelijk zijn als de (ver)bouw al – deels – gerealiseerd is.

Iedereen heeft het recht om brandveilig te zijn! Wilt u weten hoe het staat met de brandveiligheid van úw gebouw? Bel dan 0598-395979 of stuur een e-mail naar pp.luiken@munnikbrandadvies.nl.